English
Dutch
Finland
Frankrijk
Engeland
Schotland
Japan
Fietsen
Instrumenten
Stockholm
Venezuala
Eurovisie
Voorpagina
Instrumentaal intermezzo
Hoe muziekinstrumenten (niet) kwijt te raken in Engeland en Finland

In juli 2004 bereid ik mij voor om vanuit Bath, Engeland, naar Finland te reizen, zoals wel vaker de laatste jaren, met verschillende doelen. Ten eerste ga ik een paar weken bij de ouders van Hanna in Helsinki logeren. Hanna is daar zelf al lang, want zoals altijd brengt zij de hele zomer daar door. Ten tweede ga ik een paar dagen naar het folkmuziekfestival in Kaustinen, een dorpje midden in Finland. Ik hoop daar weer veel van mijn oude muziekvrienden terug te zien.
Dit folkfestival heeft de aardige regeling dat als je een instrument meeneemt, en je toont je bereid mee te doen met de vele jamsessies op die op het terrein plaats vinden, geven ze je gratis toegang tot het festival. Zo heb je toegang tot de meeste concerten, en een hoop plezier op de sessies. En wie mij kent, weet dat ik daar graag aan meedoe. Ze geven je bovendien een simpele slaapplaats op een zaal in een schoolgebouw (zelf slaapzak meenemen). Wat wil je nog meer? Zodoende pak ik mijn viool in, en ga op weg naar Finland.
Over deze viool kan ik nog wat vertellen. Ik heb een dure en een goedkope. De dure is om serieus, en in een veilige omgeving, op te spelen. De goedkope heb ik aangeschaft voor festivals en dergelijke. Ik ga namelijk vaak naar festivals waar wat te spelen valt. Daar heb ik vaak rondgelopen met een dure viool; soms bungelde die zonder bescherming gewoon aan mijn riem; soms legde ik hem ergens neer zonder er voortdurend naar te kijken. Ik heb me vaak afgevraagd: "Hoe kan het toch dat er nooit wat met die viool is gebeurd?"
Feitelijk is er ook wel eens wat gebeurd, zij het niet op een festival. In september 1999, 's morgens aankomend met een nachttrein in Milaan, sliep ik nog, terwijl mijn spullen naast mij lagen. Ik werd gewekt door het treinpersoneel dat de verder lege trein kwam controleren. Naast mij lagen nog steeds mijn spullen, behalve mijn viool. Gejat door een onverlaat die zijn kans schoon zag bij deze onvoorzichtige slapende reiziger.
Ik kocht meteen dezelfde week een nieuwe in Cremona, de stad van Stradivari en nog steeds het Mekka van de vioolbouw. Dit is mijn huidige 'dure' viool.
Niet zozeer vanwege dit incident, maar meer omdat het op de vele folkfestivals en sessies in Ierse pubs die ik bezoek wel erg waarschijnlijk is dat er nog eens iets kan gebeuren, heb ik besloten een goedkope viool te kopen. In een rommelwinkeltje bij ons in de buurt in Bath heb ik een viool gekocht, die niet geweldig mooi, maar wel goed genoeg klinkt, voor £125 inclusief koffer. Dit is mijn goedkope viool. Hoewel ik vaak betreur dat ik op festivals en in pubs niet zo'n mooi vioolgeluid heb als thuis, gaat deze meestal mee op reis. Zo ook nu.

Op 7 juli stap ik met mijn grote rugzak en mijn kleine vioolkoffer in de bus van National Express, van Bath naar Heathrow Airport bij Londen. De rugzak gaat onderin het bagagecompartiment, maar van de viool zegt de buschauffeur: "Stop die maar in de vakken boven je hoofd." Boven de zitplaatsen zijn bagagevakken die, net als in een vliegtuig, afsluitbaar zijn met kleppen.
Twee en een half uur later stap ik uit bij Heathrow. Ik heb nog drie uur voor mijn vlucht vertrekt; ik kan nog niet eens inchecken.
Verveeld ga ik ergens zitten, tot ik opschrik: "Waar is mijn viool?!"
Nog een uitleg. Omdat ik weet hoe vergeetachtig ik zelf ben, heb ik mij de gewoonte aangeleerd om altijd als ik van een openbare plaats opsta -terras, café, trein, enzovoort-, nog eens goed achter me te kijken of ik niet iets vergeet. En wonder boven wonder lukt het me aardig me daaraan te houden, maar dat is dan ook door een automatisme; niet omdat ik werkelijk eraan denk dat te doen. Maar zoals gezegd had de bus afsluitbare bagagecompartimenten boven de zitplaatsen, en bij mijn reguliere check zag ik mijn viool dus niet achterblijven. En mijn abominabele geheugen vertelde mij natuurlijk weer niet: "Je had een viool bij je!"
Aaah verdorie!! Ik ren naar de balie van National Express, en hoor dat de bus al weer vertrokken is naar het centrum van Londen. Na wat gebel met de chauffeur van de bus vertelt de dame me:
"De bus is intussen al in Covent Garden, waar hij wacht tot hij terug gaat. Ze hebben je viool gevonden, maar er is nu geen manier om hem direct hier te krijgen. De bus komt pas vanavond weer hier langs. Maar ze houden hem voor je vast, en hij gaat terug naar Bath, want daar komt hij vandaan. Daar zullen ze hem bewaren tot je hem op komt halen."
Oef, de viool is terecht. Het was dan wel de goedkope, en dat is blijkbaar maar goed ook, maar het was toch niet mijn plan hem nu al kwijt te raken! Maar bovendien: nu heb ik dan geen instrument in Kaustinen! Kan ik hem zelf niet gaan ophalen uit de busremise? Waar was hij - Covent Garden? Ik heb nog zo'n twee uur, en ik heb hier behalve inchecken geen fluit te doen. Ik moet toch in een uur wel naar centraal Londen heen en weer kunnen?
Er is een Londense Underground-lijn die van Heathrow rechtstreeks naar Covent Garden gaat. Ik pak deze metro, vergetend van te voren te vragen hoe lang die rit duurt.

Al gauw blijkt dat het feit dat het Underground-netwerk tot Heathrow reikt, niet betekent dat je snel van daar in het centrum kunt komen. Station na station zie ik de tijd die mij tot mijn vlucht nog rest wegdruppelen.
Na drie kwartier ben ik bij Green Park; dat is weliswaar in de buurt van Covent Garden, maar ik realiseer me dat ik echt geen tijd meer heb om verder te gaan. Ik moet onmiddellijk terug, anders mis ik zeker mijn vliegtuig. Ik stap uit, en pak de metro de andere kant uit, terug van dit zinloze uitstapje naar Londen.
Tijdens de terugweg bel ik met mijn mobiele telefoon naar National Express, die nogmaals beloven mijn viool in Bath te bewaren. En ik bel naar het vliegveld, waar ik aan de vliegmaatschappij vraag mijn vliegtuig vast te houden, want ik zit in de metro en ik kom eraan, maar ik ben aan de late kant! Ze zeggen niets anders voor me te kunnen doen dan me te vertellen op te schieten.
Bij Heathrow maakt de metro een langere weg dan op de heenweg, langs alle terminals, voor ik weer bij de goede terminal ben. Als ik uitstap is het nog 20 minuten voor de vlucht vertrekt. Ik spurt het metrostation uit, en alle lange gangen door naar de incheckbalies. Ik sta ervan te kijken hoe hard ik kan rennen met die zware rugzak op mijn rug. (Let wel: dit was vóór juli 2005. Inmiddels is zo'n actie levensgevaarlijk geworden!)
Bij de incheckbalie stelt de dame mij gerust: "Ja, je zou allang te laat zijn geweest, maar de vlucht is vertraagd, dus alles is OK; je kunt mee." Wat de vlucht heeft vertraagd, weet ik niet, maar misschien is het een idioot die heeft opgebeld dat hij in de metro zat en laat zou aankomen?

Ik kom dus toch op ongeveer de geplande tijd in Helsinki aan, zij het zonder viool.
Hanna vindt mijn verhaal natuurlijk amusant, en typisch 'Max'. Maar ze heeft ook wel medelijden, omdat ze weet hoe ik geniet van het jammen met mijn muziekvrienden in Kaustinen. Dus stelt ze een oplossing voor: ik zou voor het festival haar gitaar kunnen lenen. Ze heeft een oude spaanse gitaar, waar ze niets mee doet, en niet veel om geeft, dus die durft ze me wel toe te vertrouwen. En ze weet dat ik me met een gitaar net zo goed kan vermaken op een folkfestival als met een viool.
Zodoende vertrek ik op zaterdag 10 juli, heel dankbaar, met Hanna's gitaar naar Kaustinen.

Ik neem de trein naar Kokkola, zo'n 5 uur naar het noorden, en vandaar de bus naar Kaustinen. Geweldig om al de oude vrienden weer te zien! Met de meesten houd ik buiten het festival geen contact, maar ik weet toch altijd dat ik ze daar weer zie.
Vele mooie concerten, en gezellige jamsessies. Af en toe, wanneer ik meer behoefte heb aan een viool, leen ik er een van iemand, maar voor de rest van de tijd speel ik gitaar.


Jammen op een terras op het Kaustinen Folk Festival (deze foto is van een eerder jaar)

Hanna's gitaarsnaren waren waarschijnlijk nogal oud, en al snel breek ik de lage E. Losse snaren zijn op het festival niet te koop, maar wel hele sets. Och, het kan geen kwaad een hele set te kopen, als dank aan Hanna voor het lenen. Ik koop een set en vervang de kapotte snaar. De volgende dag breekt de nieuwe snaar ook. Weer een nieuwe set kopen lijkt nu wat overdreven. Ik speel de rest van de dagen vrolijk op vijf snaren verder.
Ik bedenk een verhaal dat ik aan Hanna ga vertellen: "ik heb op het festival op een heel bijzonder vijfsnarig instrument gespeeld". Dit omdat zij mij altijd op het hart drukt dat ik het niet in mijn hoofd moet halen een kantele te kopen, een traditioneel Fins vijfsnarig instrument. Ons huis is namelijk al veel te vol. (Later, met kerstmis dat jaar, kom ik achter de werkelijke reden van dat verbod: haar zus Katri geeft mij als kerstcadeau de kantele die zij in haar jeugd heeft moeten spelen, en waar ze blij is vanaf te zijn.) De omstandigheden zullen echter dit verhaal overbodig blijken te maken.

Het festival duurt een hele week, van weekend tot weekend, maar op woensdag 14 juli vertrek ik toch al terug richting Helsinki, want de volgende dag is Hanna jarig, en dan geeft zij een tuinfeest en heb ik aanwezig te zijn. Niet dat ik dat niet zou willen natuurlijk, maar ik weet niet of het ertoe doet wat ik wil...
Ik neem de bus naar Kokkola. Wachtend op de trein naar Helsinki van 17:00 babbel ik wat met een meisje dat ook als muzikant op Kaustinen aanwezig was.
De trein arriveert. Hij is bijna leeg; ik heb twee stoelen voor mij alleen. Tijdens de reis sukkel ik een beetje in slaap, zoals normaal is na een festival van enkele dagen met te veel bier en te weinig slaap.
Na elk station wordt de trein ietsje voller. Na Tampere word ik in mijn rust gestoord door een "Hallo, mag ik naast je komen zitten?" Het is een vrouw van rond de 30, van het 'goth'-type: wit gezicht, zwarte ogen en lippen, zwarte lange haren, zwarte kleren. En wat meer is: ze is hartstikke dronken.
"Euh... ja, OK," zeg ik, want je mag zoiets niet weigeren. Drinkend uit de fles bier in haar hand, gaat ze zitten.
"Wil je een cider?" vraagt ze, terwijl ze de fles cider die ze in haar andere hand heeft voor me op het tafeltje zet.
Op mijn "nee, dank je", maakt ze de fles open en laat hem voor me staan. Daarna begint ze haar levensverhaal te vertellen. Ik luister half, en voor de andere helft verbaas ik mij weer, zoals zovaak al eerder, over het verschijnsel 'Finse vrouwen'. Ja, ze komen op je af, maar, let wel, enthousiaste toerist: het zijn de verkeerde vrouwen die het hardst op je afkomen!
Ze is niet onaardig, maar niet mijn type, en ik ben veel te moe om me voor haar problemen te interesseren. Na ongeveer een uur excuseert ze zich: ze gaat even wat roken.
Finse treinen waren één van de eersten waar het roken in de trein werd beperkt tot één kleine afgesloten ruimte per trein. Nu roken in treinen in veel landen intussen helemaal verboden is, bestaan in Finland die rookkamers nog steeds.
Ik hoor haar in de rookcel met andere mensen praten. Maar haar spullen liggen nog naast me, dus ze komt vast wel terug. Om haar te ontlopen ga ik naar de restauratiewagen. Het meisje met wie ik in Kokkola heb staan praten en die in deze zelfde coupé zit, gaat mee naar het restaurant. Helemaal opgelucht over het gezelschap van iemand op mijn golflengte, praat ik met haar bij een kop koffie over gitaarspel, zang en dans.
Zo passeren we de stations voor Helsinki. Om mijn gotische buurvrouw niet onder ogen te hoeven komen ("hee, waar was je nou?") blijf ik zo lang mogelijk in het restaurant.
Ik krijg een SMS op mijn telefoon. Phil, een oude vriend van me in Helsinki, die ik al een tijd niet heb gezien, is vanavond in een kroeg in het centrum, en dit kan voorlopig de laatste kans zijn hem te zien. Ik SMS naar Hanna dat ik vanavond eerst daar nog even langs ga voor ik thuis kom. Ze antwoordt: "Als je maar zorgt dat je morgen beschikbaar bent voor mijn feest!"
Rond 22:00 rijdt de trein de stadsgrenzen van Helsinki binnen. Pasila is het laatste station voor Helsinki centraal, en hier stapt mijn gesprekspartner uit.
Ik ga terug naar de coupé waar mijn spullen liggen. Krijg bijna een hartverzakking als ik zie dat Hanna's gitaar, die naast mijn tas in het bagagenet lag, verdwenen is.
"Nee!! Waar is die gitaar gebleven?!" roep ik tegen de coupé vol mensen.
Van verschillende kanten komt het antwoord: "Die gitaar? Die heeft die zwart-witte vrouw meegenomen."
"Nee toch zeg! Die was geleend!!"
"Ja," vertelt een man, "ze pakte die gitaar, en heeft er even in de rookkamer op zitten spelen. Later kwam ze terug, en in Pasila is ze uitgestapt, mét die gitaar. Ja, wij vonden haar ook allemaal wel een beetje raar. Maar wij wisten niet dat die gitaar niet van haar was!"
Op mijn radeloze blik antwoordt een vrouw:
"Misschien kan ik nog een beetje helpen. Ze heeft namelijk ook een tijd tegen mij aan zitten praten. Ze gaf me zelfs een telefoonnummer, al begrijp ik niet goed waarvoor. Het is de mobiele telefoon van haar zoon, want die van haarzelf was kapot of zoiets. Dit is het nummer. En dit is haar voornaam: 'Marita'."
Immens dankbaar schrijf ik de informatie over.
De man die me het gebeurde heeft verteld geeft me zijn eigen telefoonnummer: "Alsjeblieft. Als je iemand nodig hebt als getuige, mag je me bellen." Een andere reiziger doet hetzelfde. De vrouw die me Marita's zoon's nummer gaf zegt echter: "Neem me niet kwalijk dat ik je mijn eigen nummer niet geef. Daar heb ik persoonlijke redenen voor." Ik neem het haar niet kwalijk.

Intussen is de trein op eindstation Helsinki centraal, vijf minuten vanaf Pasila, gearriveerd. Iedereen stapt uit. Op het station ga ik onmiddellijk naar de stationswacht, het misdrijf aangeven. Terwijl de stationswacht geinteresseerd naar mijn verhaal luistert, komt de conducteur erbij. Hij heeft de vrouw ook gezien.
De stationswacht onderneemt meteen actie, en belt naar zijn collega in Pasila. "Heb je daar niet een geverfde en zwart geklede vrouw uit zien stappen, met een gitaar? Met een wit geverfd gezicht, echt zo'n spook, weet je wel."
Ja, de stationswachter van Pasila heeft haar gezien. Maar ze is al weg, en hij kan moeilijk achter haar aan gaan.
"Kom je nog?" SMSt Phil.
Ik moet mijn neigingen om nu een klopjacht rond station Pasila te organiseren maar bedwingen. Ik laat mijn mobiele telefoonnummer achter bij de stationswacht. Vastberaden morgen, gewapend met het mysterieuze telefoonnummer, achter de gitaar aan te gaan, verlaat ik het station, en ga op weg naar de kroeg waar Phil zit.
Omdat ik niet weet hoe ik Hanna dit nu moet vertellen, ben ik ergens wel blij dat die ontmoeting met Phil net nú komt, en ik de confrontatie met Hanna even kan uitstellen.
Een blij weerzien met Phil in Pub Angleterre, zij het dat ik niet onverdeeld vrolijk kan zijn. Phil vindt mijn verhaal wel amusant. Hij weet ook wel een oplossing: "Je kunt er gewoon van maken: 'Kijk eens wat ik voor je verjaardag heb: een nieuwe gitaar!' "

Om 01:00 pak ik de nachtbus naar Hanna's ouders in oost-Helsinki. Omdat Hanna zich vooral zorgen maakte dat ik die bus niet haal (hoewel ik nog nooit een nachtbus heb gemist), stel ik haar gerust met een SMS:
"Ik zit in de bus. Verdomme, alles is nu helemaal in de soep gelopen."
"Hoezo?" antwoordt ze.
"Je krijgt morgen een nieuwe gitaar."
Ze opent de deur tewijl ik aan kom wandelen, futloos, mijn lege handen omlaag hangend, een grote rugzak op mijn rug, maar vooral gebukt onder het immense juk van de mislukking.
"Word gerust boos als je wilt," zeg ik.
Ze weet niet goed wat te zeggen. Ze wordt niet erg boos, en ze wil wel mijn verhaal horen. Ze is, met mij, ook wel een beetje verbaasd dat in dit land uit treinen wordt gestolen. Maar ze gaf niet veel om die gitaar. Ze is vooral boos op die vrouw, vanwege het principe. Ze wil geen nieuwe gitaar.
"Morgenochtend ga ik meteen naar de politie," zeg ik, "met dit telefoonnummer krijgen we haar misschien te pakken!"
"Nou ja, als je maar op tijd terugkomt om mijn feest te helpen voorbereiden."
"Tuurlijk wel, maak je daar maar geen zorgen over."

Die nacht slaap ik heel weinig. De hele nacht spoken beelden door mijn hoofd over hoe ik samen met de politie uitvind wie Marita is en waar ze woont, en hoe we in haar huis een filmgenieke inval doen, en de gitaar terug veroveren.
Om 8:00 heb ik daar lang genoeg naar gekeken en spring uit bed. Ik laat Hanna slapen en fiets naar het politiebureau in Itäkeskus, het oostelijke stadscentrum.

De politiebeambte kijkt enigszins vreemd op als ik binnenkom met: "Goedemorgen. Er is gisteren van mij een gitaar gestolen, maar ik heb de voornaam van de dief en het telefoonnummer van haar zoon!"
Hij luistert naar mijn verhaal, en zegt: "Tja, we kunnen eens kijken hoever we komen met die informatie die u hebt. Laten we eerst eens dat nummer proberen te bellen."
Zo gezegd, zo gedaan. Hij belt het nummer:
"Hallo ... met wie? ... (schrijft de naam op) Ja hallo, hier met de politie van Itäkeskus. Jouw moeder, heet die toevallig 'Marita'? ... Ja? Die zouden we graag even spreken. Is ze in de buurt? ... Nee? ... Ja, het gaat hierom: er is hier iemand, en die is gisteren in de trein een gitaar kwijtgeraakt. En misschien heeft jouw moeder iets gezien, of zo ... Ja, kun je haar dat vragen? ... Bedankt, hoor!"
Nu hij de naam van de jongen heeft, gaat hij met de achternaam, en met de voornaam 'Marita' in zijn computersysteem zoeken. "Eens even kijken ... Ja, dat dacht ik al. Deze Marita is een bekende bij de politie. Ik heb hier haar naam en adres staan."
"Oh, maar dan kunnen we erachteraan!"
"Helaas kunnen wij niet veel doen. Die gitaar was toch niet erg waardevol, zei u?"
"Nee, nog geen 100 euro. Maar hij heeft gevoelswaarde."
"Juist ... nee, het spijt me, maar dat is een te klein vergrijp voor huiszoeking. Als ze nou waardevolle juwelen had gestolen of zoiets, was het anders. Maar nu kunnen we alleen hopen dat ze zelf meewerkt. Als ze dat niet doet, houdt het op."
"Maar ik zou zelf, zonder de politie, bij haar langs kunnen gaan?"
"In principe wel. Maar het adres mag ik u niet geven; dat is vertrouwelijke informatie. Ik heb het hier voor mijn neus staan," wijzend op zijn computerscherm, dat nét zo van mij af is gedraaid dat ik het niet kan zien, "maar ik mag het u niet geven."
Verdorie, zo dichtbij, en nou lukt het toch niet. De beambte ziet mijn frustratie, en zegt:
"Ik zal u nog wat helpen. Hier hebt u de telefoon, en de achternaam van de vrouw. Daarmee ga ik eigenlijk al buiten mijn boekje, maar ja. Belt u maar naar de publieke adressen-informatieservice. Dat mag iedereen. Als ze daar u nou haar adres kunnen geven, hebt u het via een legale weg gekregen."
Ik bel hoopvol het informatienummer, en vraag om het adres dat bij deze naam hoort. Dat hebben ze inderdaad. Terwijl ik het hardop herhaal en opschrijf, zegt de politiebeambte, kijkend op zijn computerscherm: "Ja, dat klopt, dat heb ik hier ook."
Met die mededeling is hij waarschijnlijk wéér buiten zijn boekje gegaan. Omdat ik nu al alles van hem heb gekregen wat redelijkerwijs mogelijk is, en waarschijnlijk meer dan is toegestaan, houd ik het nu voor gezien, om hem niet in al te veel moeilijkheden te brengen. Ik bedank de politieman hartelijk voor alles, en ga naar buiten. Bij mijn fiets bel ik op mijn mobiel naar Hanna om verslag te doen.
"... dus ik weet al waar ze woont! Nu kan ik daar langs gaan, en dan krijg ik vast wel je gitaar terug!"
"Komt niks van in", vindt Hanna. "Je zou op mijn verjaardag hier zijn om te helpen met mijn feest, en gaat nou niet allemaal dingen uithalen om die gitaar terug te krijgen."
"Maar het is pas tien uur 's morgens, er is toch nog tijd zat om je feest voor te bereiden?"
"Je bent al de halve ochtend weg. Geen denken aan; je komt nú hierheen."
Tja, het is haar verjaardag en haar gitaar, dus gehoorzaam ik maar. Ik fiets terug naar haar ouderlijk huis, alwaar ik haar feliciteer en haar cadeau overhandig (want dat had ik nog wel, in tegenstelling tot twee jaar geleden ... maar dat is een ander verhaal).

Ik verbaas me wel enigszins over haar reactie hierover. Volgens mij is het, wanneer je iemand anders eigendom verliest, normaal dat je alle moeite doet om het terug te krijgen. Maar zij lijkt dit anders te zien.
"Vandaag is het mijn feest. We kunnen morgen, of later, nog wel daarlangs om die gitaar terug te claimen."
"Maar morgen kan het te laat zijn; dan heeft ze hem misschien al verkocht!"
"Die gitaar kan me ook niks schelen. Ik wil alleen dat die vrouw eronder lijdt dat ze dit heeft gedaan."

Dan rinkelt mijn mobiele telefoon.
"Hallo, spreek ik met ... meneer van de Kamp?" hoor ik.
"Ja?"
"Ja, hier de politie van Pasila. U miste toch een gitaar?"
"Ja...?"
"Nou, die is hier."
"W-wat?"
"Ja, hij is hier net binnengebracht. U kunt hem komen halen."
"Echt waar?! Geweldig; ik kom eraan!"
Ik hang op en zeg: "Hoor je het, Hanna? Als ik nou even langs Pasila ga, hebben we je gitaar weer terug!"
"Hmm, nou, laten we dan maar even met de auto snel daar langs gaan."

We rijden naar Pasila, gaan bij het politiebureau naar binnen, en zien achter de receptionist al meteen de gitaar staan. Hij legt ons uit:
"Ja, een vrouw kwam die brengen. Ze zei, dat ze gisteren in de trein die gitaar even had geleed, en toen ze hem wilde teruggeven was de eigenaar vedwenen; ze dacht dat die al was uitgestapt. Toen heeft ze de gitaar maar zelf meegenomen, en nu hierheen gebracht."
"Oh ... op die manier; werkelijk?"
We nemen de gitaar dankbaar in ontvangst. Onderweg terug kopen we in een muziekwinkel nog een lage E-snaar. Rond het middaguur zijn we weer thuis, mét gitaar, en nog ruim op tijd voor de voorbereidingen van Hanna's tuinfeest dat begint om 15:00.
Op het feest speel ik op de gitaar, ter vermaak en om te zorgen dat men blij is dat die gitaar weer zo snel terug is verkregen (hoewel je nooit zeker kunt zijn dat je niet precies het omgekeerde bereikt...!).

Het geval geeft natuurlijk nog veel reden tot discussies. Is hetgene wat die vrouw aan de poilitie van Pasila vertelde waar? Het lijkt mij persoonlijk waarschijnlijker dat zij van haar zoon hoorde dat de politie hem had gebeld over een gitaar, en vervolgens dacht: "Jezus, nou zit de politie (alweer?) achter me aan, alleen om een stomme gitaar die nauwelijks iets waard is! Laat ik hem maar snel inleveren, met een goed verhaal!"
Aan de andere kant, als het inderdaad haar bedoeling was de gitaar te stelen, hield ze er wel een vreemde werkwijze op na. Een voorbeeld uit het handboek voor dieven, hoe het niet moet.
Misschien is dit ook wel typisch Finland. Het criminaliteitsgehalte is hier laag, en het alcoholismegehalte hoog. Je loopt hier meer kans dat je glas bier wordt gestolen dan je portemonnaie. En verder kom je een hoop depressieve dronken mensen tegen -net zoveel vrouwen als mannen-, die alleen om contact verlegen zitten en verder niet goed weten wat ze willen. Misschien was dit er zo een.
Hoe dan ook, professionele criminelen zouden hiervan zeggen: "Ja, zo wordt het ook niks met de criminaliteit in Finland, als men alvorens iets te stelen uit de trein, eerst zich bekend maakt aan de hele coupé, en zijn naam en telefoonnummer achterlaat!"

Om dit verhaal af te sluiten: een week later neem ik weer het vliegtuig naar Londen - zonder gitaar, natuurlijk- en de bus naar Bath. Daar aangekomen herinner ik mij wat de mensen van National Express op Heathrow hebben verteld, en meld me bij de bagageafdeling van het busstation, waar mijn viool inderdaad netjes twee weken is bewaard. Op vertoon van mijn paspoort kan ik hem terugkrijgen.
"Maar ...", zegt de bediende voorzichtig, "er is wel een bewaarloon dat je moet betalen."
"Oh; hoeveel is dat?"
"£1.50."
"Oef; dat kan ik nog net betalen, denk ik."

Ik weet niet wat voor rare kronkel van het lot het was dat ik alle instrumenten die ik deze zomer door mijn stomme onvoorzichtigheid en dito vergeetachtigheid verloor, zonder al te veel moeite weer terugkreeg. En wat voor les moet ik hieruit trekken? Moet ik voorzichtiger zijn met mijn (en andermans) spullen, of is het in mijn geval handiger overal waar ik regelmatig kom wat muziekinstrumenten al dan niet per ongeluk achter te laten, zodat ik, als ik er weer kom, er altijd achter de hand heb?
Hier ben ik nog niet helemaal uit.