
Proloog
Als Nederlander heb je niet snel de neiging je fiets weg te doen. Elke fiets wordt vroeg of laat gestolen, en dat is het moment om een nieuwe aan te schaffen, hoe ongelegen dat moment ook is. Dat is het natuurlijke proces waarmee je je fiets vernieuwt, en het heeft weinig zin dat nog te versnellen door 'tussendoor' een nieuwe te nemen. Bovendien vergroot je daarmee nog je diefstalgevoeligheid.
Ik heb de route uitgestippeld: via drie jeugdherbergen zou ik de 320 km (hemelsbreed) naar Harwich in vier dagen afleggen, dan de veerboot nemen, en nog één dag in Nederland fietsen. Al mijn vrienden en collega's weten hoe fietsgek ik ben, maar vinden me nu helemaal gek geworden. Een Australische collega, met wie ik al eens naar Bristol en terug ben gefietst (maar dat was op mijn nieuwe fiets), zegt: "Ik heb gezien hoe hard jij fietst, dus jij haalt het wel, daar maak ik me niet druk om. Maar die ouwe fiets van jou, die zakt volgens mij halverwege in elkaar!" En misschien heeft hij gelijk...
Dag 1; 13/9/6
Alles thuis is uit en dicht, de planten hebben water enzovoort, en ik vertrek om 11:00 met goede moed en dito weer uit Bath. Eerst langs de A4, vanaf Bathford van de weg af, en over een klein weggetje zachtjes de heuvel op. Ik verlaat hier gelijk al mijn eigen graafschap 'Bath and North East Somerset', en kom in Wiltshire.
Vanuit Avebury loopt een pad de heuvel op, en van daaruit haaks naar links, naar het noordoosten: hier begint de Ridgeway. Om precies te zijn is de Ridgeway langer, maar de weg als geheel is alleen voor wandelaars beschikbaar. Vanaf hier begint een lang stuk dat als fietsroute is geclassificeerd.
Dag 2; 14/9/6
Ik ben de enige gast in de jeugdherberg die een ontbijt neemt, want het is niet inbegrepen bij de prijs. Ik zit riant in mijn eentje in de ruime eetzaal, terwijl de kok speciaal voor mij roerei, ham, champignons, koffie en toost klaarmaarkt en serveert. Koninklijke bediening in een jeugdherberg.
14:00 in een pub in Watlington een hoge stapelsandwich met alles d'r op, en ook d'r aan. Ik ben nu halverwege de trip van vandaag, dus ik lig veel beter op schema dan gisteren. Dat gaat goed.
Aaah!!! Hoe kan het dat ik dat niet heb gemerkt? Hoe lang is die al weg? Terug, zoeken!! Hij moet ergens langs de weg liggen! Ik volg mijn sporen terug, aan de rechter (dus verkeerde) kant van de weg. Heeft u een zwarte rugzak zien liggen? nee... verdorie, waar is dat ding nou? ... waar heb ik hem voor het laatst gezien - dat was bij die vriendelijke grasmaaieraar; dat is wel heel ver terug ... langs waar ben ik nu eigenlijk gekomen? Dat daar lijkt een eenrichtingsweg die kant uit, dus dat kan niet ... maar deze weg was het ook niet ... ah die weg was het toch want het is ook geen eenrichtingsweg ... nog steeds geen zwarte rugzak ...
Langs de weg staat een riant huis. Ik bel aan bij het gesloten hek, probeer door de intercom iets uit te leggen, en vraag om een telefoon en/of een lift. De man komt met een draadloze telefoon naar het hek. Hij kan mijn probleem niet helemaal volgen, maar dat kan aan mijn uitleg liggen. (Probeer zoiets maar eens overzichtelijk te vertellen!) Mijn mobiel nummer geeft nog steeds geen gehoor. De man kan mij geen lift geven want hij past alleen maar op dit huis, en kan niet weg.
Afgezien van een meisje van rond de 20 en een man van rond de 30 achter de bar, is het er leeg. "Hallo; ik hoop dat iemand me hier kan helpen met tenminste één van mijn problemen", kom ik vrolijk binnen.
's Nachts terug wandelend naar Cadmore End krijg ik halverwege een lift. Zelfs dat lukt! Maar het lot gaat weer enigszins tegenzitten als blijkt dat ik, weer uitgestapt, het huis niet meer weet terug te vinden. Ben ik wel in de goede straat? Waarom heb ik daarstraks niet op het huisnummer gelet?! Na de sleutel te hebben uitgeprobeerd op enkele deuren (alwéér bijna gearresteerd als stalker!) kom ik toch een huis tegen dat er erg bekend uitziet, en waar de sleutel op past.
Dag 3; 15/9/6
Nauwelijks geslapen, maar daarom niet minder actief, ren ik naar beneden, klaar om mijn zaken te regelen. Mevrouw Crichton, wier naam ik nu eindelijk leer schrijven en uitspreken (als "cryton"), leent mij de telefoon, waarmee ik bij het ontbijt naar het polititebureau in High Wycombe bel om mijn verloren tas aan te geven. Ze hebben hem nog niet gevonden. En ik bel naar Hanna, die waarschijnlijk doodsbezorgd was omdat ze van mij geen SMSen meer ontving.
Ik wil weer opstappen als ik zie dan van mijn voorwiel de linkervleugelmoer ontbreekt. Verdorie, hoe komt dat nou weer? Ja, die zit soms wel eens los, maar dan hoeft-ie toch niet meteen te verdwijnen? In ieder geval, met mijn voorwiel maar aan één punt opgehangen kan ik niet echt veilig honderden kilometers fietsen, dus daar moeten we wat aan doen. Ze hebben die moeren zeker wel in Cycle Care.
Ik koop een nieuwe mobiele telefoon, tweedehands een simpel oud model, en een nieuwe rugzak. Ik rammel van de honger en eet een sandwich en koffie in een café, geserveerd door een engeltje met grote witte vleugels. Ik slaag erin mijn reservering mij de veerboot en het pension in Hoek van Holland een dag te verzetten. Echter, de jeugdherberg in Castle Hedingham en die in Jordans, waar ik nu vanavond graag heen zou willen, kan ik niet bereiken.
Dag 4; 16/9/6
's Morgens blijkt dat ik hier het ontbijt 's avonds had moeten bestellen. Leuk, dat u me dat nu vertelt! Maar een kom muesli en een glas jus d'orange kan ik ter plekke wel krijgen. Bij nader inzien dan juist goed dat ik het niet wist, want dat zware engelse ontbijt, met ei, spek worst en de hele zooi, kan me eigenlijk gestolen worden.
In de pub vragen enkele stamgasten, bij wie mijn geval al is rondgepraat: "Kwam jij nou helemaal uit Bishop's Stortford gefietst?"
Dag 5; 17/9/6
Bij het ontbijt bel ik mijn moeder dat ze me vanavond nog niet moet verwachten; ik kom volgens de huidige planning morgenavond pas aan. Nog even wat aan mijn fiets fijnafstellen en ik ben klaar voor de laatste etappe in Engeland - en een gemakkelijke, als het goed is. Volgens de Michelin routeplanner ben ik nu immers nog maar 60 km van Harwich. De veerbootreservering vetelde mij dat ik om 18:00 aanwezig moet zijn voor de boot van 19:20. Dat moet ik nu kunnen halen.
Kelvedon is een gezellig dorp aan de rivier. Op deze zonnige zondag zit het vol met dagjestoeristen. Lastig fietsen, maar het geeft wel een vakantiegevoel.
Na een schnitzel met friet, en relaxen bij enkele Murphy's bier, want het pils is Heineken en dat vind ik echt niet te drinken, zijn we al snel in Hoek van Holland en is het 24:00 plaatselijke tijd.
Dag 6; 18/9/6
Om 7:00 ben ik al klaar wakker. Moet ik nou helemaal tot negen uur wachten voor het ontbijt? Op de douchedeur staat geschreven dat ik vanaf 7:30 mag douchen, dus op dat moment doe ik dat, en pak daarna mijn spullen. Om 8:30 ben ik helemaal klaar om te vertrekken. Ik heb geen zin meer om op het ontbijt te wachten, maar ik wil wél nog mijn wisselgeld terug. Ik ga naar de woonkamer. De deur daarvan is op slot, maar door het glas van de deur zie ik dat de tafel is gedekt.
Ik eet een champignonomelet en een broodje oude kaas in de stationsrestauratie, waar de bediening wél vriendelijk is. De menukaart is geheel in het Nederlands en het Engels, behalve 'uitsmijter', waarvan de barman zegt niet te weten wat dat in het Engels is. Engelsen moeten dat woord dus maar gewoon leren.
Oudewater is een stadje waar de tijd heeft stilgestaan. Terwijl ik door de stille straten van het centrum fiets, is er weinig dat me verzekert dat ik niet via een 'timewarp' in de middeleeuwen ben beland. Alles is perfect bewaard en bijna onbedorven gebleven. Oudewater is bekend van de Heksenwaag, het gerechtsgebouw waar van hekserij verdachten werden gewogen. Volgens de informatiepanelen werd hier, in tegenstelling tot elders, altijd eerlijk gewogen, zodat nooit iemand op de brandstapel terecht kwam.
Epiloog
Wat me het meest opviel na het voltooien van deze tocht, was dat ik zin had om door te gaan. Ik had van te voren gedacht, dat ik, in ieder geval voor een paar dagen, "geen fiets meer zou kunnen zien". Niets daarvan: ik was energieker dan ooit. Feitelijk ben ik op de hele trip ook het meest vermoeid geweest aan het eind van de eerste dag. Natuurlijk had dat ermee te maken dat ik een met modder vastgelopen fiets enkele kilometers had voortgeduwd. En op de tweede dag was ik natuurlijk niet moe genoeg omdat ik niet zo ver was gekomen als de bedoeling was. Maar hoe zit dat met de vierde dag (Ivinghoe - Braintree); was ik daarna niet moe? Tuurlijk wel, maar niet zo dat ik het gevoel had niet meer verder te kunnen. En ook na afloop in Driebergen: ook al was de laatste dag nog zo'n lange dag, ik kon nog veel verder, en was nog lang niet 'op'.
Verder: voor ervaren fietsreizigers is dit waarschijnlijk niks nieuws, maar voor mij was het een openbaring hoe heerlijk het voelt om op de fiets een groot gebied te doorkruisen. Wat een vrijheid! Om te beginnen heb je als fietser natuurlijk dat contact met het landschap, met de omgeving, waar een autoreiziger in een blikken doosje überhaupt nooit kennis mee maakt. Maar zelfs wanneer je een fietstocht van een dag maakt, realiseer je je toch altijd dat je 's avonds weer terug moet zijn, en dat beperkt je actieradius; het houdt je enigszins 'aan de lijn'. Nu had ik, de eerste ochtend al, toen ik Bath verliet en wist dat ik de hele dag één kant uit kon fietsen zonder terug te hoeven komen, een ongelooflijk gevoel van vrijheid. Ik voelde me als een vogel in de lucht, landsgrenzen en zeeën overstekend, op weg naar zijn andere thuis in Afrika (de spreekwoordelijke 'Vogelvrije Fietser' (naam van het tijdschrift van de Fietsersbond)).
Natuurlijk was de tegenspoed minder leuk: de diverse lekke banden, de regenbui, de verloren bagage en de verdwenen moer. Maar enige tegenspoed kun je altijd verwachten. Deze dingen doen mij zeker niet aan reze reis als 'mislukt' terugdenken. Tenslotte heb juist daardoor van alles meegemaakt en allerlei sympathieke mensen ontmoet, en had ik juist dáár het gevoel dat ik niet alleen was: in de Peacock, bij mevrouw Crichton, en bij Cycle Care. (Ik heb naar die drie plaatsen achteraf dankjewel-kaarten gestuurd, en naar Crichton bovendien een bos orchideeën.)
Maar nog iets dat anders had gekund: het was een beetje jammer dat ik weinig extra tijd had, om bijvoorbeeld dingen te gaan bekijken, zoals de Avebury steencirkels, of het Ivinghoe beacon. De tocht zou misschien relaxter zijn als ik per dag maar een uur of vijf onderweg zou zijn, en de rest van de dag tijd had om een stad of een monument te bekijken. Aan de andere kant zou dat misschien juist nog méér dat ontevreden gevoel geven dat ik nog veel meer had kunnen fietsen. Het optimum is daarom misschien een afwisseling van lange fietsdagen met rustiger dagen waarop je tijd hebt om iets anders te gaan doen.
Dat brengt mij op nog een aspect van dit soort avontuurlijke trips, niet alleen van fietsreizen. Je leert de mensen zo goed kennen. Wat waren de mensen in Engeland vriendelijk en warmhartig! Ik durf er niet aan te denken hoe het mij bij High Wycombe was vergaan als iedereen daar niet zo hulpvaardig was geweest en mij er zo thuis had laten voelen. Maar niet alleen dat. De jeugdherberg-manager in Wantage die mij, terwijl de keuken al lang dicht was, toch nog soep met brood verschafte. De stamgasten en personeel van de Hare & Hounds in Braintree, die gezellig met mij puzzeltjes gingen oplossen. Iedereen gaf mij het gevoel dat ik welkom was.
Tenslotte. Het doel is volbracht: de fiets staat nu bij mijn ouders in de schuur. En al tijdens de week die ik vervolgens bij hen doorbracht, heb ik daar immens van genoten, bij het rondfietsen in Driebergen, maar ook in de omgeving. Dit voelde goed aan. Deze fiets hoort hier. Hij is natuurlijk ook gebouwd voor de vlakke Nederlande wegen met goede fietspaden, en minder geschikt voor al die andere landen.
Waarschijnlijk generaliseer ik nu te veel; dit zal wel niet voor alle Nederlanders gelden. Het geldt voor mij namelijk mede omdat het voor mij ook bij andere zaken geldt: ik vervang mijn spullen pas als ze helemaal uit elkaar vallen, of kwijt raken. Dat ik daardoor meestal niet met de mode meeloop (en soms zelfs wel!) interesseert mij geen fluit, en ik spaar zo bergen geld uit.
Hoe dan ook, om bovenstaande reden had ik mijn fiets, een tourfiets die ik in 1993 tweedehands had gekocht, in 2005 nog steeds. Hij was in 1995 mee naar Finland verhuisd, in 1997 terug, in 2000 naar Frankrijk en in 2003 naar Engeland. Met deze fiets reed ik ook in Engeland vrolijk rond tot ik in januari 2005 lelijk viel. Vlak voor mijn huis reed ik een helling af en snel de hoek om, om een andere helling op te gaan. Maar ik had niet in de gaten hoe glad het was. Ik slipte en viel. Wilde opstaan en verder gaan, maar ik merkte dat mijn hoofd bloedde. Dit was toch niet goed. Ik ging terug naar binnen, waar Hanna de schrik van haar leven kreeg. Vlak naast mijn rechteroog gaapte een grote wijd openstaande wond tot op het bot. Het bleek dat bij de val mijn hoofd de rond geraakt had, en mijn bril was gebroken. Het montuur had zich in mijn hoofd geboord en de gapende wond gesneden.
Ik zal hier niet te veel over doorzeuren. De wond is gehecht, en afgezien van een klein litteken bij mijn oog, is alles genezen. Maar dit ongeluk heeft tot vele discussies geleid. Fiets ik wel veilig? Zou ik niet een helm op moeten? Natuurlijk heb ik als Nederlander hier een andere mening over dan Hanna (uit Finland) en de Engelsen. Ik vind dat, hoewel ik veel geluk had dat het niet erger was -geen schedelfractuur of hersenschudding, geen wond in mijn oog-, het toch ook heel ongelukkig was dat dit überhaupt gebeurde. Volgens mij viel ik op een nogal onwaarschijnlijke manier. Alleen het feit dat iets gebeurd is bewijst in mijn ogen nog niet dat het 'waarschijnlijk' is en gemakkelijk weer zal gebeuren. Normaal als je met de fiets slipt, val je namelijk niet op je hoofd.
Toch heb ik maar eens iets ondernomen om de kans op zo'n ongeluk nog wat te verkleinen, en heb, geheel tegen mijn gewoontes in, een nieuwe fiets gekocht. De oude fiets was toch wat instabiel, en ik had er toch het geld voor. Met mijn nieuwe hybride fiets rijd ik nu met meer gemak en plezier elke dag de heuvel op naar mijn werk op de universiteit van Bath, want mijn oude tourfiets was voor heuvels toch wat minder geschikt. 's Avonds bij het afrollen van die helling heb ik nu bovendien een helm op. Zover ben ik gegaan met het rekken van mijn standaarden.
Maar wat nu met mijn oude fiets gedaan? Het is nu zomer 2006, en hij staat daar maar, ongebruikt, als herinnering aan een heleboel ervaringen, dramatisch eindigend met die lelijke val. Iedereen zou mij vertellen die fiets bij het grof vuil te doen. Dat zou ik nooit over mijn hart kunnen verkrijgen, zolang hij nog enigszins bruikbaar is. Bovendien: deze fiets is een monument. Elke kras, deuk en barst heeft een verhaal.
Zo zit er een lasverbinding in het frame bij de trapas, gemaakt door lassers die bij Onera in Toulouse, waar ik werkte, buizen aan het aanleggen waren. Zij repareerden zo een barst in mijn frame waar geen enkele fietsenmaker aan wilde of kon beginnen. En ze weigerden iedere betaling.
Er is een hap uit het voorspatbord, door mijzelf geknipt om een bepaalde dynamo de ruimte te geven - die er nu niet meer op zit.
Met deze fiets heb ik het verhuizingsdrama gehad van Finland terug naar Nederland, toen ik hem als bagagewagen helemaal vol had bepakt, maar zo de Zweedse treinen niet in mocht. Via heel ingewikkelde procedures heb ik de fiets én alle andere bagage uiteindelijk Zweden door gekregen.
En deze fiets, mijn metgezel en getuige van twaalf jaar van mijn leven, zou ik dan weg moeten doen, alleen omdat een nieuwe fiets beter de heuvel op rijdt? Geen denken aan!
Een oplossing voor dit dilemma vond ik in het feit dat ik, iedere keer als ik mijn ouders in Driebergen bezoek, geen fiets heb, en altijd mijn moeders fiets moet lenen wanneer ik een tocht wil maken of met mijn zusje naar de kroeg wil gaan. Waarom zet ik deze oude fiets dan niet daar neer?
En met dit idee kwam meteen nog een idee, om mijn ouwe trouwe stalen ros in ere te herstellen. Na de val van 2005 heb ik hem plotseling nooit meer gebruikt, en hij dreigt nu weg te roesten. Ik heb al die tijd gevonden dat ik hem daarmee geen recht doe. Hij heeft mij altijd trouw gediend, en nu, alleen vanwege die val, waar hij niets aan kan doen, wordt hij afgedankt. Dat is niet fair. Dus behalve deze fiets een rol van betekenis te geven als mijn fiets in mijn ouderlijk huis (en een warme droge schuur als stalling, in plaats van de beschutting van een plastic scherm bij mij in Engeland), wil ik de fiets ook de gelegenheid geven te laten zien dat hij mij nog prima van A naar B kan brengen. Zodoende het idee: laat ik de fiets verhuizen door erop helemaal naar Driebergen te fietsen.
In mijn achterhoofd speelde natuurlijk nog meer mee. Ik maak graag fietstochten, en heb er vaak over gedacht eens een hele fietsvakantie te maken, maar dat komt er nou nooit van. De enige keer dat ik zoiets heb gedaan is in 1981, toen we, een groep eindexamengeslaagde scholieren, drie weken door Frankrijk en België hebben gefietst. Bovendien ziet het ernaar uit dat Hanna en ik binnenkort van Engeland (terug) naar Finland gaan verhuizen, en ik zou als afscheid nog graag een mooie tocht door dit mooie land maken. Kortom: om recht te doen aan mijn fiets, aan het fietsen in het algemeen, en aan Engeland, ligt het voor de hand deze fiets helemaal naar Nederland te rijden.
Ik heb de fiets nog eens goed nagekeken, en alles geolied en netjes afgesteld. Natuurlijk zou het verstandig zijn hem ook nog naar een fietshandel te brengen om hem na te laten kijken. Maar ik ben veel te bang dat ze daar zeggen: "Op deze fiets naar Nederland? Neeee, niet voordat we eerst even alle onderdelen vervangen!" Ik vervang zelf ook helemaal niets, want alles werkt nog. Mocht iets halverwege kapot gaan, dan kunnen we dan altijd nog naar een reparateur. (Ik geef toe, dat is weer mijn rare behoudendheid van oude spullen. Toch vind ik dat deze strategie in het algemeen werkt.)
Voor de zekerheid monteer ik wel een batterij-voor- en achterlicht, geleend van Hanna, hoewel ik van plan ben alleen overdag te fietsen. Voor de veiligheid monteer ik ook de achteruitkijkspiegel die Hanna in Frankrijk op haar fiets had (om begrijpelijke redenen, als u het verkeer daar kent). En ik maak enkele testritten, waaruit ik de indruk krijg dat dit ouwe beestje het echt nog prima doet, en zeker in staat is mij door Zuid-Engeland en West-Nederland te vervoeren.
Ik zet er een voor mijn verjaardag gekregen fietscomputertje op, dat afstanden en snelheden meet. Ik merk op kaarten van het gebied aan welke welke routes deel uitmaken van van het nationale fietsroutenetwerk van de Britse fietsersorganisatie Sustrans. Voor Nederland laat ik de online fietsrouteplanners van Zuid-Holland en Utrecht de routes uitstippelen. Ik pak mijn spullen in een grote tas en een kleine rugzak, die ik samen achterop bind met een spin, en zo ben ik er klaar voor, op de ochtend van woensdag 13 september.
Geplande route:
Dag 1: Bath - Wantage 91 km
Dag 2: Wantage - Jordans 78 km
Dag 3: Jordans - Castle Hedingham 118 km
Dag 4: Castle Hedingham - Harwich (veerboot) 62 km
Dag 5: Hoek van Holland - Driebergen 92 km
(afstanden geschat met een autorouteplanner)
Zo'n heuvel is natuurlijk niet ideaal met deze fiets, maar in deze regio ontkom je daar nou eenmaal niet aan. Boven op de heuvel, tussen de golfterreinen door, is het genieten met de boompjes aan weerskanten van de weg, waar de zon steeds even tussendoor komt. Net of je door een boomgaard loopt.
Aan het eind van deze heuvel kom ik via een andere weg Corsham binnen dan ik had gedacht. Dit is niet dramatisch, maar ik concludeer dat ik niet op wegwijzers alleen kan vetrouwen. Ik neem me voor om bij élke kruising te gaan halt houden om op de kaart te kijken.
In het centrum van Corsham loopt een pauw over de stoep, rustig langs de huizen, slaat een hoek om en wandelt verder. Trekt zich niks aan van voetgangers die een beetje vreemd ernaar kijken. "Als mensen, honden en katten hier mogen lopen, waarom ik dan niet?" Groot gelijk. Ik peuter mijn camera uit mijn tas, maar ben te laat. Een pauw gaat niet staan wachten op nieuwsierige toeristen die een foto van hem willen nemen. Hij is alweer weg.
Vanuit Corsham zou ik rechtdoor naar Chippenham kunnen. Maar ik wil graag de steden zoveel mogelijk vermijden, en wijk daarom uit naar het zuiden om hier voorbij te rijden.
Lacock, om precies te zijn de buurt bij Lacock Abbey, is heel pittoresk, met gebouwen gereconstrueerd in middeleeuwse stijl. Maar voorbij Lacock krijg ik het eerste probleem. Ik wil het bosrijke gebied bij Bowden Hill door, via een weg die ik op de kaart heb uitgekozen, maar bij het begin van deze weg is een afzetting: "Road closed". Natuurlijk kan ik met mijn fietsje hier nog wel langs, en dan hopen dat de werkelijke wegafsluiting -wat het dan ook is- voor de fiets ook geen barrière vormt. Maar ik besluit het risico niet te nemen. Echter, op zoek naar andere wegen door dit gebied die wel open zijn, kom ik al gauw helemaal in Melksham terecht. Verdorie; dit was niet de bedoeling. Ik ben nu recht te zuiden van Chippenham, en helemaal niet op weg in de richting die ik wil gaan. Bovendien, als ik nu meteen naar Melksham was gegaan en niet naar Corsham, óf ik was van Corsham direct naar Chippenham gegaan, had ik me veel tijd bespaard. Met dit soort tegenslagen zal ik dan maar rekening moeten houden.
Ik zoek naar wegen uit Melksham naar het oosten toe. Wanneer ik het vraag aan een lokale voorbijgangster, komen we er samen achter dat álle wegen door het gebied rond Bowden Hill zijn afgesloten. Zij raadt mij een weg verder zuid aan, via Sells Green.
Op haar aanwijzingen vind ik zonder moeite deze weg, en hij leidt mij in de goede richting, maar hij ziet er wel zo dubieus uit dat ik hem zonder aanwijzingen nooit genomen zou hebben. Nog een mental note: veel vragen!
Ik heb de barrière van Bowden Hill genomen en ben eindelijk weer op weg naar het oosten. Ik vier dit met een bramenpauze. Overal langs de wegen groeien uitbundig de braamstruiken, en ze zijn juist nu op hun rijpst. Perfect fietserskrachtvoedsel! Ik graai naar hartelust naar de zwartste bramen, kundig alle doornen ontwijkend, en doe mij tegoed aan de zoete vruchten. Ik moet even met medelijden denken aan mijn collega's, die nu gewoon aan het werk zijn.
Voorbij Calne kies ik een fietsroute van Sustrans die mijn kant uit gaat. Gedeeltelijk stond hier op de website bij aangegeven "slecht wegdek". Inderdaad; gedeeltes hiervan gaan over een kiezelpad dat niet echt fijn fietsen is. Maar het gaat nog, en als dit als "slecht" wordt bestempeld is er met de andere routes niet aande hand, toch?
Deze route leidt mij tot Avebury. Hier eet ik op een terras van een pub een biefstuk-sandwich. Dit bestaat inderdaad uit twee flinke sneden brood met een flinke biefstuk ertussen. Op aanraden van mijn Australische collega geloof ik nu dat een biefstuk waardevolle kracht geeft voor een lange fietstocht. De huiskat van de pub zit steeds bij mij te bedelen. Zo aandoenlijk dat een andere gast vraagt of hij er een foto van mag nemen.
Op het terras maak ik de balans eens op. Het is al 16:00, en volgens mijn fietscomputertje heb ik ok al 60 km gefietst. Geen slechte prestatie, maar ik ben pas 40 km opgeschoten; hemelsbreed ben ik pas op de helft van mijn trip van vandaag. Ik loop dus flink achter. Maar ik heb weinig keus; ik moet toch gewoon naar Wantage fietsen, zolang de omstandigheden dat niet echt onmogelijk maken. Daarbij: vlak hierna begint een fietsroute die langs de Ridgeway loopt, in een vrijwel rechte lijn naar Wantage. Vedwalen zal ik dus niet echt meer.
De Ridgeway is een route, voornamelijk lopend over een heuvelrug van de Chiltern Hills, door een groot gedeelte van Zuid-Engeland. Deze weg is heel oud, en werd waarschijnlijk door de mensen in de tijd van Stonehenge en de andere steencirkels gebruikt.
Over steencirkels gesproken, hier in Avebury staan ook een paar hele mooie. Deze plaats is bijna zo spectaculair als Stonehenge; de stenen staan hier alleen niet op elkaar gestapeld. Maar het feit dat het hier niet zo toeristisch is maakt het weer bijzonderder. Een aantal stenen van zo'n 3 tot 5 meter hoog staan hier in grote cirkels opgesteld, en staan er al veel langer dan elke andere ons bekende bebouwing. Niet alleen waarom, maar ook hoe de mensen dit hebben gedaan blijft de deskundingen bezig houden. Hypotheses zijn er genoeg, maar het blijven altijd hypotheses.
Ik laat een foto van me nemen bij mijn fiets met wat stenen op de achtergrond. Jammer dat ik geen tijd heb om de stenen zelf goed te bekijken. Maar ja, dat komt door die afgesloten weg. Hopelijk krijg ik de komende dagen dit soort tegenslagen niet meer.
Avebury (foto van de Avebury website)
Dat moge zo zijn, maar lekker fietst het niet. Het is een zand/graspad vol onregelmatigheden, kuilen, stenen en diepe groeven. In zo'n groef fietsend komt je pedaal steeds tegen de rand aan. En op een stukje tussen twee groeven in moet je een koorddanser zijn om niet in een groef te vallen. Hier en daar lukt het fietsen nog, maar soms moet ik afstappen en mijn fiets door het landschap slepen. Ja, als dit zo 40 km doorgaat, wordt het niks. In de nog steeds stralend zonnige lucht zie ik een helikopter voorbij komen. Komen ze me nu al zoeken?
Maar hoe langzaam het ook gaat, ik geniet ervan hier midden in het landschap te zitten. En het uitzicht is spectaculair, dat moet gezegd. Aan de rechterkant zijn nog meer heuvels; aan de linkerkant kijk ik uit over een weids vlak terrein. Ik zie Swindon liggen, en verderop Didcot en Oxford. Tientallen kilometers ver kan ik hier kijken.
Even verderop wordt het wegdek werkelijk wat beter: een hard zandpad vol stenen. Dit valt werkelijk enigszins te fietsen, zij het dat mijn fiets dit persoonlijk niet leuk vindt (hij is hiervoor niet gemaakt). Ook voor mij is het vermoeiend. We gaan steeds bergop-bergaf, en bij de stukken bergaf moet ik wel op de pedalen blijven staan om te voorkomen dat mijn botten door die stenen helemaal door elkaar worden gerammeld, aangezien mijn fiets niets heeft dat ook maar engiszins op vering lijkt. Maar dit heeft tot gevolg dat ik mijn benen nooit kan ontspannen. Zo dreigt dit een héél vermoeiende dag te worden.
Vlakbij Swindon worden mijn gewrichten gered: het pad verandert in een asfaltweg. Hier kan ik even onstpannen doorrijden terwijl ik van het uitzicht blijf genieten.
Bij Whitehorse Hill zie ik op een informatiepaneel dat hier een van de fameuze reusachtige witte paarden moet zijn, die met krijt op de heuvelwand zijn getekend. Ik kijk om me heen, maar zie niets. Waarschijnlijk is de weg waar ik op sta een deel van een poot, sorry, been, van het paard?
Ik vertel mezelf dat het misschien verstandiger is zand-kiezelpaadjes als die van daarstraks te mijden. Na de aankondiging "Welcome to Oxfordshire" verandert de Ridgeway wéér in zo'n plezierpad voor mountainbikers. Nu heb ik een dilemma: doorgaan, of uitwijken naar de gewone wegen, wat een omweg is. De jeugdherberg van Wantage is immers nog maar zo'n 10 km ver, en ligt aan deze Ridgeway. Bovendien, ondanks de vermoeienissen, genoot ik toch heel erg van die landweg. Ik besluit dat het pad niet zo heel slecht uitziet en waag het erop.
Klimmend naar de heuvel bij Letcombe Basset fietst mij een man tegemoet, zo te zien iets ouder dan ik, en met een veel geschiktere fiets voor dit terrein. Zichtbaar genietend van zijn hobbelige afdaling groet hij mij met zijn glimlach.
Op de hoogvlakte voor een heuveltop gebeurt het. Lekke achterband. Misschien ook geen wonder met mijn dunne bandjes en die scherpe stenen. Maar we laten de moed niet zakken. Ik heb plakspullen bij me, dus de fiets gaat ondersteboven en ik begin aan de bezigheden die je op een langere fietstocht altijd wel vroeg of laat kunt verwachten. In de richting waar ik vandaan kom kleurt de ondergaande zon de hemel vuurrood. Links van het pad is nog steeds een overweldigend uitzicht. Het kon slechter. Terwijl ik bezig ben, komt de fietser die mij eerder tegemoet kwam, weer voorbij rijden.
"Ah, hallo; al op de terugweg?" groet ik.
"Ja; alles OK met jou?"
"Ach ja, lekke band. Maar ik krijg hem wel geplakt."
"Kan ik iets voor je doen?"
"Nee dank je, het lukt wel. Is het nog ver naar de jeugdherberg van Wantage?"
"Nee, die ligt hier aan de Ridgeway. Kan niet meer dan zo'n 5 km zijn. Ik weet het niet precies, want ik hoef zelf alleen maar hier over de heuveltop heen en dan ben ik thuis."
"Ah ja. Nou 5 km, dat moet ik desnoods kunnen lopen."
"Als het daarop uit zou draaien, ja... Echt geen hulp nodig?"
"Nee, echt. Dank je."
"OK. Prettige avond nog!"
In tien minuten heb ik de band geplakt. Ik klik de voor- en achterlamp in hun houders en begin vol nieuwe moed aan het laatste stukje (misschien iets té overmoedig?). Enkele meters (!) verder is mijn achterband wéér lek. Waarom toch, als ik mij door één tegenslag niet uit het veld laat slaan, blijven de goden mij vaak 'tegenslaan' tot ik werkelijk mijn goede humeur verlies?
Plakken lijkt niet veel nut meer te hebben; het kan immers zijn dat het lek dat ik daarnet heb geplakt, eigenlijk niet goed te repareren valt en weer is opgengegaan. Bovendien wordt het nu donker en zie ik zometeen niet meer wat ik doe, en ook is de jeugdherberg niet meer ver weg. Dus ik sla aan het lopen, fiets aan hand.
De avond valt. En alsof het erbij hoort, begint het zachtjes te regenen. De nattigheid spoelt het zand los en het pad wordt modderig. Over de heuveltop heen heb ik weliswaar de zwaartekracht weer aan mijn kant, maar mijn wielen pikken de modder op, die zich in alle hoeken ophoopt.
Een hele tijd later, bij een weg naar Letcombe Basset, is het intussen stikdonker. Het blijft regenen. Ik heb het gevoel al lang 5 km gelopen te hebben. Er komen een paar lichten langs zweven, die klinken als fietsers. Als reactie op mijn vraag hoor ik uit het duister dat de jeugdherberg nog zo'n 2 km ver is. (Jawel, net als de eerdere man spreken ze over kilometers en niet over mijlen. Is het continentale denken meer bij fietsers ingeburgerd dan bij automobilisten?)
Twee kilometer. Verdorie dat moet ik toch kunnen halen. Maar het is verbazend hoe lang twee kilometer kan zijn lopend in het donker in de regen, terwijl je een zwaarbeladen fiets voortduwt die door de modder zo vastloopt dat de wielen nauwelijks meer ronddraaien.
Na nog een eeuwigheid bereik ik de dwarsweg naar Wantage. Op de hoek staat een huis. Is dit de jeugdherberg? Ik pluk de lamp van mijn fiets en ga eens rondspeuren. Na alle hekken en deuren aan alle kanten zoveel met een lamp bespied te hebben dat de bewoners waarschijnlijk al naar de politie aan het bellen zijn wegens een stalker, concludeer ik dat als dit de jeugdherberg was, dat wel ergens aangegeven had mogen worden.
Een eindje de weg omlaag naar Wantage is inderdaad de jeugdherberg. Om 20:40 kom ik er binnen, nat, modderig (maar mijn schoenen in het portiek uitgedaan; ik heb nog wel manieren!), bezweet, en bekaf. Er is niemand achter de receptiebalie, maar ik hoor wat geluiden in de keuken. Ik lees dat buiten openingstijden van de receptie er gratis gebeld kan worden door '9' in te toetsen op de telefoon in de hal. Ik volg de instructie op, en hoor om de hoek in de keuken de telefoon rinkelen.
"Hallo?" hoor ik, tegelijk door de hoorn en uit de keuken.
"Ja; ik wil graag inchecken."
"Eh... sta je in de hal?"
"Ja..."
"Zullen we dan maar ophouden door de telefoon te praten, en elkaar aankijken?"
De keuken is al lang gesloten voor avondeten, maar meneer lenigt mijn behoeftigheid met zijn huisgemaakte soep en enkele sneden brood, die ik, immens dankbaar, opwarm in de gastenkeuken. Na mijn regen-modder-zand-stenen-lekke-band-avontuur ben ik met alles tevreden.
In de fietsenschuur plak ik mijn band, die toch gewoon een tweede klein lek had opgelopen. Ik neem een warme douche. De pub is helaas wat te ver weg om de moeite waard te zijn, en de jeugdherberg heeft geen alcoholvergunning, maar ik laat mij met enkele ginger-biertjes voor de tv toch wel gemakkelijk zo versuffen dat ik daarna in mijn bed als een blok in slaap val.
Gereden afstand 103,7 km
Gereden tijd 7:15 u:m
Gemiddelde snelheid 14,6 km/u
Maximum snelheid 40,9 km/u
Uitgerust en aangesterkt maak ik plan de campagne. Mijn fiets is weer in orde, maar ik moet dat soort landweggetjes als gisteren nu maar achterwege laten en me bij de wegen houden. Dat kan mijn fiets beter aan, en zo zal ik meer opschieten. Daarbij regent het nog steeds, of alweer, zij het zachtjes, en de Ridgeway zal dus wel nóg modderiger zijn, en van het uitzicht zou ik ook geen plezier hebben.
Maar ik wacht niet tot de regen ophoudt. Korte broek en t-shirt aan; ik veeg de ergste modder van de fiets zodat mijn voorwiel ook weer vrij draait, en vertrek om 9:50, over de weg de heuvel af naar Wantage. Natuurlijk begint het zodra ik op weg ben harder te regenen. Zo heel erg is dat niet: de fiets spoelt weer lekker schoon zo. En als ik maar blijf bewegen, krijg ik het niet koud.
Beneden in Wantage rechtsaf naar Didcot. De heuvels rechts naast me zie ik helemaal niet; kun je nagaan hoeveel ik had gezien als ik daar boven op de Ridgeway had gezeten. Maar de regen wordt toch wat vervelend. De rugzak, die bovenop mijn andere tas zit, is niet waterdicht, en mijn kaart, die ik na consultatie steeds daarin terugstop, raakt toch doorweekt.
In Didcot vlucht ik een hamburgertent in om een beetje bij te komen. Ik bestel als een verzopen kat een kop thee, om op te warmen, want mijn theorie "ik beweeg dus ik blijf warm" is toch aan beperkingen onderhevig. Ik organiseer mijn bagage zo dat het wat beter tegen massale waterstromen kan: mijn spullen gewikkeld in de regenjas in de rugzak.
Dit had ik misschien eerder moeten doen, want zie: terwijl ik Didcot weer uitrijd, houdt de regen op.
Via binnenweggetjes naar Wallingford en daarna een stuk naar het noordoosten, parallel aan de Ridgeway. De warme lucht droogt mijn kleren, en ik voel me weer in topvorm. De heuvelrug met de Ridgeway prijkt rechts van me, en het vlakke landschap ligt wijd om me heen. Het uitzicht is vanaf hier bijna net zo mooi als vanaf daarboven. Ik voel me de koning te rijk.
Bijgetankt klim ik de heuvelrug op en steek de Ridgeway over, om oostwaarts in de richting van de jeugdherberg van Jordans te komen. Na Christmas Common steek ik op de top weer een graafschapsgrens over, ga in Buckinghamshire de heuvels af en kom bij Turville beneden.
Ik zou nu zometeen de snelweg M40 moeten oversteken. De verwarrende wegwijzers bij de kruising bij Turville lijken mij linksaf te sturen. Ik doe dit, en ben even later weer omhoog aan het klimmen. Rechts van me zie ik het dal liggen, parallel aan deze weg. Dit kan niet goed zijn. Ik probeer nog een zijweg, maar dat ziet er niet veel beter uit.
Een man die met veel plezier zijn gras aan het maaien is, verschaft mij desgevraagd duidelijkheid. Ik ben blijkbaar nu weer terug de heuvels over aan het gaan, en had beneden rechtsaf moeten slaan. Hij voegt er nog aan toe dat hij hier al jaren en jaren woont, alsof dat nodig is om mij te overtuigen.
Ik daal de heuvel weer af, ga bij Fingest het dal door, en klim er weer uit bij Bolter End. Na Lane End ga ik de M40 over en kom in High Wycombe, een kleine stad. Een fietsroute door het park brengt mij in het centrum, en zonder moeite vind ik daarna de uitvalsweg oostwaarts naar Beaconsfield. Dit gaat goed; het is 17:00 en ben al bijna waar ik vandaag wezen moet.
Bijna de stad uit stap ik even af bij een kruising, om voor de zekerheid de kaart nog eens goed te bekijken, en zie mijn bruinleren tas eenzaam achterop mijn fiets zitten. De rugzak is weg.
In het park is een kleuterdagverblijf, waar ik vraag of mijn tas daar is gevonden. Nee. Nog een idee: in de tas zit mijn mobiele telefoon; als we nou daarheen bellen, neemt de vinder misschien wel de telefoon op. De kleuterleidsters bellen mijn nummer, maar geen gehoor.
Ik laat mijn e-mail-adres achter en ga weer aan het zoeken. Verder terug, de stad uit ... nee hier ligt-ie ook niet ... over de M40, door Lane End en Bolter End ... hoe kan het toch dat ik het zó lang niet heb gemerkt ... omlaag het dal weer in ... o, laat hij toch alsjeblieft hier ergens langs de weg liggen! En de heuvel af rollend het dal in gebeurt het weer: lekke achterband. En mijn plakspullen zaten in die tas...
Verstoken van kracht om zelfs nog aan de rem te trekken rol ik de helling verder af, en kom onderin de vallei tot stilstand. Nog steeds geen zwarte tas te zien, en nu kan ik geen kant meer op. Ik stap af.
De weg is doodstil.
Ik bedank meneer en zoek mijn heil op de uitgestorven weg. Na een tijdje komt er een four-wheel-drive aan, die volgens mij een fiets moet kunnen vervoeren. Hij stopt voor mijn -als 't goed is- wanhopig uitziende zwaaibewegingen. Maar van dichtbij blijkt de chauffeur zijn auto vol te hebben met kleine kinderen, dus, zo vertel ik mezelf, ik moet begrijpen dat hij daar niet nog een fiets bij kan duwen.
De volgende auto die aankomt, vijf minuten later, stopt ook. Deze is een stuk kleiner, maar de chauffeur heeft zo'n medelijden met mij dat hij onmiddellijk toestemt mijn fiets in zijn achterbak te stoppen. Mijn voorwiel steekt uit, en de achterdeur van de auto wordt met mijn spin enigszins dichtgehouden. Met mijn grote tas geklemd tussen mij en het dashboard word ik zo de stille vallei uitgereden.
Meneer zet mij af bij de pub 'the Peacock' in Bolter End, en zegt: "Hier komen veel fietsers. Ze kunnen je hier vast wel helpen." Dat denk ik ook, en helemaal opgelucht dat ik weer in de bewoonde wereld ben, takel ik mijn fiets uit de auto, bedank meneer, en wandel de pub binnen.
The Peacock (foto van de Peacock website)
Ik leg alles uit, en krijg onmiddellijk de telefoon ter beschikking. Mijn mobiel nummer geeft nu echter de melding "deze telefoon staat uit". Batterij leeg, dus.
En hebben ze bandenplakspullen? Niet hier in de pub. "Maar," zegt het meisje, dat Lindsay heet, "dat hebben wij thuis volgens mij wel. Ik bel wel even."
Ze belt naar haar vriendje, die kennelijk bij haar ouders thuis is. Maar die kan de bandenplakspullen bij hun in de garage niet vinden. "Kun je dan, als pappa thuiskomt, aan hem vragen waar ze zijn ... als je durft?"
Als ze heeft opgehangen, vraag ik: "Eh... 'als je durft'?"
"Ja, dat is omdat pappa vandaag zijn vliegeniers-theorie-examen heeft. Hij is er al twee keer voor gezakt. En als hij nu wéér zakt, moet hij naar Londen om het nog eens te doen, en dat vertikt hij. Het is nu of nooit!"
Wachtend op meer nieuws bij een pint bier, verbaas ik me erover dat het zo kan lopen dat mijn kansen om vandaag mijn band te plakken af kunnen hangen van de momentane theoretische vliegenierskennis van de vader van de serveerster in deze pub. Intussen praat ik mee over de plannen voor de verandering van het interieur van dit etablissement. Inderdaad, dat lichtgroen is geen gezicht in combinatie met het bruin en wit. Lindsay stuurt ook nog een SMS naar mijn mobiel, om de vinder te vragen contact op te nemen met de jeugdherberg in Jordans. Want daar wil ik nog steeds naar toe.
De telefoon gaat. Lindsay's vader is thuisgekomen. Ik hoor haar roepen: "Ja?! Oh, geweldig!!" en vertel mezelf dat dat waarschijnlijker over het examen gaat dan over het vinden van de bandenplakspullen. Na het telefoontje blijkt dat dat inderdaad zo is, maar ook de spullen zijn gevonden!
Even later komt pa de kroeg in met de reparatiedoos. Ik bedank en feliciteer hem in een feeststemming, en ga aan het werk aan mijn band, met twee uit de pub meegekregen lepels, want bandenlichters zitten niet in de doos. Helaas. Te veel, te grote gaten in de binnenband. En het wordt nu donker, zodat ik ook niet meer zou kunnen liften. Dat wordt hier blijven.
Ik krijg van het barpersoneel alweer de telefoon te leen, en een paar nummers van B&B's in de buurt. Intussen loopt de pub al gezellig vol. Ik voel me hier al helemaal thuis, en vanavond is hier een quiz-avond, zodat ik het ergens helemaal niet erg vind dat ik hier vast zit. Ik annuleer Jordans, en boek een kamer bij mevrouw Crichton in Cadmore End, het naburige dorpje.
Meneer Crichton komt mij ophalen, terwijl ik mijn fiets goed vergrendeld bij de pub laat staan. Wie zou er nou ook zo'n fiets willen jatten (behalve in Nederland)?
Na het inchecken wandel ik terug naar de Peacock, voor een avondeten. De keuken is nu (21:00) al dicht, en het wordt dus weer soep en brood. Wordt dat mijn standaardvoedsel op deze trip? Ik zou het in ieder geval niet erg vinden; het voelt voor mij als een vorstelijk maal.
Ik doe niet mee aan de quiz, maar ik speel stiekem informatie door aan het team dat naast mij aan de bar staat: Zürich ligt in Zwitserland en tussen Italië en ex-Joegoslavië ligt de Adriatische Zee. Zo krijg ik nog het gevoel dat ik ook wel eens anderen kan helpen, in plaats van steeds maar geholpen te worden.
De bar van The Peacock (foto van de Peacock website)
Die nacht slaap ik erg weinig, uit voortdurende zorg over wat ik morgen allemaal moet doen om mijn zaken geregeld te krijgen.
Gereden afstand 94,3 km
Gereden tijd 5:51 u:m
Gemiddelde snelheid 16,1 km/u
Maximum snelheid 44,1 km/u
In de tas zaten allerlei spullen: waterfles, regenjas, telefoon, camera, bril, zonnebril, agenda, bandenplakdoos... maar eigenlijk niets van grote waarde. De regenjas, telefoon, camera, bril en zonnebril waren namelijk allemaal stuk voor stuk zo oud en versleten, dat iedereen al lang tegen me zei: "koop toch eens een nieuwe!" Welnu, als de tas nou niet gevonden wordt, ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan! Zo zie je maar weer: beter geen spullen voortijdig vervangen; het moment daarvoor komt toch wel! In ieder geval als je zo vergeetachtig en slordig bent als ik.
Dat neemt niet weg dat het vervelend is; bijvoorbeeld ook de mobiele telefoonnummers van al mijn kennissen, en de foto's op het filmrolletje zitten erin. Daarom hoop ik dat de tas nog teruggevonden wordt. Maar meer dan dit kan ik nu niet doen, en ik ga me maar concentreren op mijn fiets.
Meneer Crichton geeft me een lift, langs de Peacock om mijn fiets op te halen, die royaal in zijn familieauto past (waar heeft hij die auto eigenlijk voor nodig, anders dan om gestrande fietsers te vervoeren?), en dan naar de fietsenwinkel 'Cycle Care' in High Wycombe.
De medewerkers van Cycle Care zijn ook wel enigszins verwonderd dat ik op deze fiets, en de fiets in deze toestand, zo'n tocht maak, maar, zo zeggen ze: "Je bent al zo ver gekomen, dus het zal toch verder ook wel lukken!"
Ik koop een nieuwe buiten- en binnenband, en ga op hun parkeerplaats die erop zetten. Ik vervang gelijk ook maar alle remblokjes, want de CycleCarers merken terecht op "je remblokjes zijn afwezig". Volgens mij was er toch nog iets van over toen ik eergisteren begon! Die zijn dus mooi opgebruikt. Ik koop ook nog een nieuwe bandenplakset, en om 10:50 ben ik weer helemaal tip top, en klaar om te vertrekken.
Ik neem afscheid van Cycle Care en begin vol goede moed High Wycombe weer door te fietsen. Bij Homebase drink ik nog even iets en trek de korte broek weer aan, want het weer is weer prachtig, en stippel mijn tocht uit op de kaart. Ik heb wel een lange rit te gaan naar Castle Hedingham, meer dan 100 km, maar als ik nu lekker op weg ga moet het lukken.
Ik terug naar de bekende fietsenwinkel. Daar kijkt men nogal geschokt: "Hoe kan dat nou; volgens mij zat-ie er daarstraks nog aan!" Maar wat schokkender is, mijn moer is van een vreemd formaat -7 mm- die zij niet in voorraad hebben! Mijn voorwiel is dan ook de niet meer gangbare maat van 27 inch; dit is een 'imperial' maat, en tegenwoordig is alles metrisch (vandaar die kilometeraanduidingen eergisteren?).
Ze raden mij aan te gaan vragen bij de ijzerwarenhandel 'Isaac Lord' of de autoonderdelenhandel 'Interparts'. Niemand heeft het. In die laatste winkel kom ik nog op een idee: misschien heb ik die moer verloren toen mijn fiets horizontaal in meneer Crichton's auto lag. Zou de moer in zijn auto liggen? Misschien kan ik even bellen? De auto-onderdelenhandelaar zegt "Nee. Maar daar op de hoek is een telefooncel."
De telefooncel doet helemaal niets, en geeft ook mijn (minimuminleg) 30p niet terug. Dit is het moment waarop ik toch een beetje geïrriteerd begin te raken.
Ik terug naar wat intussen aanvoelt als mijn thuis: Cycle Care. Mijn vrienden daar staan mij wel toe de telefoon te gebruiken. Mevrouw Crichton heeft begrip voor mijn situatie, en is ook wel enigszins verbaasd dat ik nog niet heel ver weg ben. (Ze heeft geen houding van "zie je wel", maar ze heeft dan ook mijn fiets nog helemaal niet gezien!)
Een paar minuten later belt ze terug. Ze heeft met haar man gebeld. Maar hij is na mij af te zetten direct gaan golfen, en het duurt nog zeker anderhalf uur voor hij in zijn auto terugkomt. Maar zij wil wel proberen bij de fietsenwinkel in Marlow, een ander stadje in de buurt, of ze daar de moer hebben. Ze moet toch die kant uit. Ik weet gewoon niet hoe dankbaar ik moet zijn, dat zij zoveel moeite wil doen.
Wachtend op een resultaat van deze actie, pluk ik een boek uit mijn tas en ga buiten op de stoep voor de winkel zitten lezen. Ik kan mij toch niet onthouden van irritatie over het feit dat deze prachtig zonnige dag nu verloren gaat, omdat ik en mijn fiets, beiden in verder perfecte conditie, er nu door één stomme moer van weerhouden worden vandaag een flink stuk af te leggen! Wat willen de goden mij toch vertellen? "Niet van die wilde ideeën, jongen"?
Verveeld loop ik de winkel weer in. Een van mijn oude vrienden daar zegt: "Hoe was het nou ook weer met jou? Oh ja, ben je eigenlijk nu je tijd aan het verdoen? Ik weet nog wel iets: de moeren-en-bouten-groothandel 'Beefast'. Als iemand jouw moer verkoopt, zijn zij het." Met mijn gammele voorwiel kan ik nog net daarheen fietsen, al is het steil de heuvel op. Maar: ook zij vinden mijn schroefmaat té vreemd, en hebben de moeren niet in voorraad.
Voor de vijfde keer mijn thuishonk de fietsenwinkel in. Nog geen nieuws van mevrouw Crichton. Ik zie één van de winkelbediendes buiten met een andere klant praten, wijzend op mijn fiets. Ik kan alleen raden wat ze zeggen: "Kijk, met dit barrel wil hij heel Engeland door. Kijk, mooi zadel, maar helemaal vergaan".
Als die moer écht nergens kan worden vervangen, zo vraag ik, moet misschien mijn hele voorwiel worden vervangen door een 28 inch? "Misschien. Laten we eens kijken of we een passend wiel überhaupt in voorraad hebben." We lopen de winkel uit om mijn voorwiel eens goed te bekijken, en lopen in de deur tegen mevrouw Crichton op.
"Hebt u hem gevonden?!" roep ik jubelend.
Ze waarschuwt mij niet te vroeg te juichen; haar man is nog steeds niet terug bij zijn auto gekomen, en zij is alleen in de fietsenwinkel in Marlow geweest en heeft een paar moeren meegekregen; misschien dat er één past. Onder het verwachtingsvolle oog van mevrouw Crichton, de fietswinkelbediende, en vooral mijzelf, begin ik de moeren te proberen. De eerste is veel te groot. De tweede... PAST!!! Ik heb er even moeite mee het werkelijk te geloven. Maar hij past echt! Ik val mevrouw Crichton om de hals.
De Bike Shop Boys leveren mij nog een plaatje ertussen en zetten de moer goed vast, en ik ben dan eindelijk weer klaar om te gaan. Ik neem innig en dankbaar afscheid van mijn tijdelijk tuishonk. Maar het is nu al 14:00 en écht te laat om nog naar Castle Hedingham te fietsen. Hoe graag ik het ook wil, meer dan 100 km nog op dit uur, is écht geen realistische planning. Zeker niet als je mijn geluk van de afgelopen dagen meetelt. Ik zal mijn hele trip één dag moeten vertragen. Dus in plaats van enthousiast de stad uit, fiets ik gelaten het centrum in.
Ik wil nog meer bellen, maar de batterij van mijn nieuwe mobieltje is al weer leeg. Geen nood, denk ik, er staan hier telefooncellen, en er staan daar mensen te bellen, dus deze doen het. Ik gooi een pond in de ene telefoon die vrij is. De telefoon -verrassing, verrassing-, doet niets, en geeft mijn pond niet terug. Grrrr! Dit was de laatste keer dat ik in dit land die dingen probeer! Eén waarschuwing voor toeristen in dit land: BLIJF VAN DE TELEFOONCELLEN VANDAAN!
Hoewel ik vandaag nog bijna niets gefietst heb (of misschien juist daardoor?) is mijn rechterknie begonnen op te zwellen en pijn te doen. Dat kan nog lastig worden voor de rest van de trip!
Nog steeds moe, lichtelijk pijnlijk, en niet goed wetend wat te doen, fiets ik langzaam naar een pub. De barman stemt vriendelijk toe mijn telefoon op te laden. Hij is onder de indruk van het model: "gôh, tijd geleden dat ik zulke gezien heb". Een man aan de bar vertelt mij, na het horen van mijn kort verhaal, over een zekere Heinz Stücke, die de hele wereld over fietst. Een held, in zijn ogen. Nou, voor mij ook, al kende ik hem dan nog niet. Maar blijkbaar werd na vele omzwervingen nota bene in Engeland zijn fiets gejat. Je kunt altijd nog meer pech hebben. Maar fietsdiefstal lijkt mij toch in mijn geval erg onwaarschijnlijk, gezien de staat (ook in verhouding tot het modebeeld) van mijn fiets.
Ik besluit hier ook maar wat te eten. Mijn bargezelschap vraagt of ik van Thais eten houd.
"Hoezo?"
"Deze pub serveert alleen Thais."
"Een beetje ongebruikelijk, niet, voor een pub? Waar is de steak pie, en de fish & chips?"
"Tja, dat is omdat in dit gebied veel Thaise immigranten wonen, en die werken allemaal in keukens. Dus overal krijg je hier Thais eten."
Besloten hebbend dan maar te genieten van het feit dat ik hier in Klein Thailand ben, bestel ik bij de charmante, ongetwijfeld Thaise, serveerster een rode curry. Hij smaakt prima, maar valt niet lekker. Ik krijg heimwee naar de soep en brood, het ideale diner voor de fietstoerist!!
Het begint intussen avond te worden, dus ik moet toch nodig bepalen waar ik nu ga slapen. Met mijn weer opgeladen telefoon hoor ik dat Castle Hedingham voor de volgende avond is volgeboekt. Dat is van later zorg. De jeugdherberg in Jordans is vanavond dicht, dus ik zal iets anders moeten bedenken. De jeugdherberg in Ivinghoe, ook in de buurt, heeft ruimte vrij. Ik boek hem onmiddellijk.
Ik vertrek om 18:30 maar snel naar Ivinghoe, niet omdat ik nu zo'n zin heb in veel fietsen, maar omdat ik er op de kaart achter kom dat het eigenlijk helemaal niet zo dichtbij is als ik wel had gedacht! Ik heb nog zo'n 40 km te gaan. Ik probeer mijn pijnlijke rechterknie te ontzien, en met mijn linkerknie zo hard mogelijk te werken, niet wetend hoe lang ik dat zal volhouden.
High Wycombe uit en de naburige dorpen door rijdend kom ik erachter dat mijn pubgezelschap gelijk had: het hele restaurantaanbod bestaat in deze regio uit Thais, Thais, en nog eens Thais. Ongetwijfeld prettig als je daar van houdt. Maar wie daar niet van houdt, kan beter ver uit High Wycombe weg blijven.
Zonder veel moeite rijd ik door tot voorbij Great Hampden. Wanneer het schemerig wordt zet ik de koplamp op de fiets, maar het achterlicht lijkt me niet veel nut hebben op deze verlaten wegen.
Ik sla ergens een weg in die volgens de kaart de enige is die mij richting Wendover brengt, ook al staat er geen enkele wegwijzer bij. Deze weg loopt, half asfalt half zand, steil de heuvel op, tussen het boerenland en de bossen door. Het gaat zó steil dat ik op dit moment er geen fut meer voor heb, en ga lopen, mijn kostbare tijd verspelend, in de hoop uiteindelijk nog iets van mijn energie over te houden. Sukkelend kom ik bovenaan de heuvel langs enige landhuizen, en probeer niet aan het idee te denken dat deze weg misschien wel helemaal fout zou kunnen zijn... dan ben ik goed in de problemen!
De duisternis valt, en de weg gaat weer naar beneden, en ik weer in het zadel. Bij een boerderij-ingang verschijnen grote koplampen achter mij. Leven! Ik zwaai als iemand die voor een beer op de vlucht is, en de four-wheel-drive stopt.
"Hallo, ben ik hier op de weg naar Wendover?"
"Ja, maar je gaat er niet veel van maken zonder achterlicht. Zometeen kom je namelijk op een drukke doorgangsweg, waar iedereen als een gek scheurt!"
Opgelucht dat ik ben waar ik denk dat ik ben, zet ik mijn achterlicht ook op de fiets, en rol de heuvel af.
Via de drukke weg kom ik in Wendover; vandaar ga ik niet naar Tring omdat een voorbijganger mij toevertrouwt dat dat over een hoge heuvel gaat, maar naar Weston Turville en Aston Clinton.
Daarna scheur ik tussen de stikdonkere weilanden door, zo hard als ik kan. Door en door en door ... hoe ver is het nog? ... 5 mijl, staat daar ... jammer dat ik niks van het landschap zie ... maar laten we maar gewoon doorgaan ... nog 3 mijl, volgens die wegwijzer ... hoe lang zou ik dit nog volhouden ... over de rivier, over het spoor ... zijn we er nog niet? ... nee, nog 1 mijl ... nog even door dan ... jaa, daar is het: Ivinghoe!! 21:15 kom ik voldaan moe in de jeugdherberg aan.
Ik vertel enthousiast waarom ik zo laat ben aan een man die de receptionist niet blijkt te zijn. Maar waarschijnlijk vindt hij het sowieso interessanter dan de receptionist.
Ivinghoe is een sfeervol piepklein dorpje met een molen, een kerk en niet veel meer. Na het inchecken wil ik nog een glas drinken in de pub. Wat ik denk een pub te zijn, blijkt een posh hotel met een dresscode, waar ik met mijn sweatshirt en slobberbroek natuurlijk niet aan voldoe. En al had ik eraan voldaan, ik ben principiëel tegen elke dresscode, anders dan een verbod op stropdassen. Ik verbaas me erover wat zo'n hotel doet in een dorp als dit. Het doet er weinig toe, want een pub is er ook, alwaar ik met één glas gemakkelijk slaperig genoeg word voor een nacht diepe slaap.
Om 24:00 lig ik in bed en op één oor. Om 2:00 ben ik weer wakker. Er is een snurkcompetitie aan de gang op mijn slaapzaal. Goede kans om te winnen maakt de man aan wie ik eerder vanavond mijn fietservaringen heb toevertrouwd. Ik blijf niet om hem toe te juichen, maar ga op de gang kijken, waar ik enkele opklapbedden vind. Mijn dekens zijn gauw hierop oververhuisd, en ik slaap alsnog als een blok.
Gereden afstand 40,3 km
Gereden tijd 2:27 u:m
Gemiddelde snelheid 17,1 km/u
Maximum snelheid 34,3 km/u
De kerk van Ivinghoe (illustratie van het informatieblad)
Ik vertrek om 9:10; kijk even rond bij de kerk, maar verder heb ik geen tijd om rond te hangen. Ik heb nog een heel eind te gaan vandaag. En de omstandigheden lijken niet best: het Thaise diner van gisteren heeft mijn maag nog steeds een beetje van streek, en mijn rechterknie is nog steeds opgezwollen en doet zeer bij elke inspanning. En het weer is ook nog diep grijs. Waar is die mooie zon van gisteren gebleven? Ik kom langs het Ivinghoe beacon, een schijnbare mooi-uitzichts-heuvel. Ook dat lijkt me nu niet te doen gezien de omstandigheden. Zowel fysiek als mentaal voel ik me nergens toe in staat. Als ik daar niet snel wat aan doe, wordt het vandaag niks!
Ik kom het graafschap Bedfordshire binnen, rijd Dunstable door, dat er met dit grijze weer lelijk grauw uitziet, en Luton in, waarvan hetzelfde gezegd kan worden. In een internetcafé zoek ik B&B-telefoonnummers in Bishop's Stortford, Dunmow en Braintree, drie mogelijke einddoelen voor vandaag. Ik kan later nog besluiten hoe ver ik wil komen: Bishop's Stortford moet in ieder geval lukken, maar Braintree zou het beste zijn, want is het verst en dus het dichtst bij Harwich.
In een overdekt winkelcentrum koop ik maagtabletten en een zwachtel voor mijn knie. Terwijl ik op een terrasje mijn knie insmeer met spierzalf, alvorens de zwachtel erom te doen, kijkt een dame aan de tafel naast mij verwonderd rond, zich afvragend waar die eucalyptuslucht vandaan komt. Als ze het uiteindelijk doorheeft, verzekert ze mij dat het niet stoort, ze vond het alleen maar heel vreemd.
Die zwachtel om de knie doet me erg goed. Ik voel me meteen een stuk sterker en zekerder. Verder!
De stad uit komen is, zoals wel vaker, erg moeilijk. Richtingsborden voor fietsers zijn er niet, en de richtingsborden voor auto's wijzen altijd naar de grootste wegen en de snelwegen. Ik zie op de kaart welke weg ík wil hebben, maar niets in de stad geeft mij aan hoe daar te komen. Zo rijd ik Luton in het zuidoosten uit, terwijl ik naar het oosten had gewild. Als ik er eindelijk achter ben waar ik ben, rijd ik dan maar door tot Harpenden, waar ik word welkom geheten in Hertfordshire. Vanuit hier loopt een aardig stukje Sustrans-fietsroute langs de rivier de Lea naar Wheathampstead.
Voorbij Codicote drink ik een groot glas water en een J2O in een heerlijk landelijke pub met een tuinterras. Het is blijkbaar tevens een hondenpub: er zijn zowat meer honden dan mensen aanwezig. Ongetwijfeld is dit een populair tussenstation voor honduitlatende huisvaders. Dit gaat goed: ik ben al halverwege de afstand naar Bishop's Stortford. En zowaar breekt de zon ook al weer door: een heel andere wereld dan dat grijze weer van vanmorgen.
Vlak hierna ga ik over de snelweg A1. Een bijzondere snelweg, want hij wordt niet met een M geschreven. Maar het is toch echt een Motorway.
Ik krijg intussen al een aardig beeld van welke wegen het beste te nemen zijn voor een fietstocht als deze. Snelwegen ('M') zijn natuurlijk verboden, en ook de 'A'-wegen met één cijfer zijn te vermijden, en A-wegen met twee cijfers (bijv. A41) eigenlijk ook. Een A met drie cijfers wordt al acceptabeler, maar een A met vier cijfers is nog beter. B-wegen (hebben bijna altijd 4 cijfers) zijn helemaal goed, en de wegen zonder nummer zijn absoluut het beste, zij het dat die, juist door hun anonimiteit, soms moeilijk te identificeren zijn.
Bij Watton at Stone volg ik even een wat grotere weg, de A602. Maar al snel ga ik daar weer vanaf, linksaf richting Sacombe. En zoals bijna iedere keer als ik dat doe, betekent dat weliswaar een groot genot vanwege de rust, de totale afwezigheid van ander verkeer, en het prachtige landschap, maar het betekent ook meestal: heuvel op. Maar de heuvels zijn in dit gebied al een stuk minder hoog dan in het westen, bij Bath. Naarmate ik oostelijker kom, wordt het landschap gestaag platter. De uitzichten worden daardoor minder indrukwekkend, maar het blijft mooi, en wat ik aan uitzicht inlever krijg ik terug aan fietsgemak.
Voorbij Sacombe, op een heel klein weggetje dat over een lage heuvel tussen de velden door loopt, stap ik af op de heuveltop. Terwijl mijn fiets schuin tegen de hoge berm aan ligt, en ik naast de weg om me heen sta te kijken, komt van achter een meisje op een paard aangewandeld. Het paard heeft moeite mij voorbij te lopen. Het aarzelt, stapt opzij, en maakt allerlei rare bewegingen, voordat zijn berijdster hem weet te overtuigen dat er toch geen reden is om niet gewoon vooruit te lopen. Ze legt me uit: "Sorry; hij heeft wel eens eerder een fiets gezien, maar pas één keer!" Tja, mijn fiets ziet er vast wel angstaanjagend uit. Mijn vrienden vonden dat in ieder geval, maar dan vooral omdat ze zich afvroegen hoe ik me ermee zou redden. Nooit gedacht dat een toevallig passerend paard zich daar druk om zou maken.
Even later, als ik weer verder ga, merk ik al gauw dat ik hen weer dreig in te halen, want het paard gaat echt op een slentertempo. Ik besluit maar flink in te houden, want wat moet die compassionele viervoeter wel niet vinden van mijn fiets met mij erop?
Verderop kom ik op een T-kruising met een wegwijzer waarvan geen bord naar links of rechts wijst, twee naar de weg waar ik vandaan kom, en één rechtdoor het landbouwveld in. Omdat ik zeker denk te weten waar ik ben, concludeer ik dat dit niet klopt, en verdraai de borden zo dat er naar elke weg één wijst, zodanig als volgens mij correct is. Mijn bijdrage voor het reisplezier van anderen, en om iets terug te doen voor al die hulp gisteren.
Voorbij de A10 ga ik door een vlak stuk land doorregen met riviertjes. Sommigen hiervan worden niet met een brug overgestoken, maar de weg gaat gewoon door de rivier heen, op een doorwaadbare plek. Een schaalverdeling ernaast geeft aan hoe diep het is. Een mooie gelegenheid voor automobilisten en fietsers om de banden schoon te spoelen (voor voetgangers is er altijd nog een bruggetje langs).
In Much Hadham stop ik nog een keer om op een terras van een pub een J2O en veel water te drinken, maar vooral om nog even te genieten van de landelijkheid en de rust, want zometeen ga ik weer een stad in.
Die stad is Bishop's Stortford, waar ik om 18:00 aankom. Tijd om te eten, maar ook om nu eens te besluiten waar ik ga overnachten. Bij een pastamaaltijd bel ik de verschillende nummers in de verschillende plaatsen. De dichstbijzijnde is hier in de stad, maar ik besluit uiteindelijk toch voor de verste, in Braintree: de 'Hare & Hounds', een pub annex B&B. Dat betekent voor nu alwéér een flinke avondrit, maar dan heb ik het morgen gemakkelijk.
19:30 vertrek ik verder naar het oosten. Ik moet het in 2 uur kunnen halen. Vlak buiten Bishop's Stortford is een groot bord: "Welcome to Essex". Yes! Essex, aan de oostkust, is het laatste Engelse graafschap van mijn trip, en voor mij is dit de aankondiging dat ik de kust nader.
Ik scheur over een brede doorgangsroute door het donker. Helaas dus weer geen uitzicht, maar we schieten wel op zo. Langs vliegveld Stansted, en verschillende dorpen. Na een uur ben ik in Great Dunmow, en om 21:30 inderdaad in Braintree.
De mensen van de Hare & Hounds hadden mij door de telefoon verteld dat de H&H aan de straat 'High Garrett' ligt, de weg naar het dorpje High Garrett ten noorden van Braintree. Dat lijkt simpel genoeg. Ik vraag bij een tankstation de weg naar High Garrett en kom zo op een lange uitvalsweg. De weg heet echter Broad Road. Ik fiets door en door en door; de weg verandert niet van naam, maar wordt wel steeds minder bewoond. Eerst open veld links, daarna ook rechts. Dit kan toch niet goed wezen? Ik ben al haast de stad uit, en ze hadden mij verzekerd dat het ín de stad was.
Nog iets verder kom ik bij een rotonde waarvan ik op de kaart kan zien dat hier een ringweg is die ver om de stad heen loopt. Dit kan echt niet goed zijn. Er is geen levende ziel te bekennen hier, om het aan te vragen. Nog eens bellen lijkt een goed idee, maar de batterij van mijn telefoon blijkt leeg te zijn. Het is 22:00 en ik heb geen idee waar ik wezen moet.
Ik fiets terug, de stad in. In de buurt van het centrum vind ik een pub, waar ik binnen ga vragen.
"De Hare & Hounds? Jawel, dat is aan die weg. Het is niet ver; een paar mijl. Je kunt het niet missen!", verzekeren mij de serveerster en een klant aan de bar.
"Nou, volgens mij heb ik het al twee keer gemist!"
"Echt waar? Je moet gewoon die rotonde voorbij, en daar is het!"
"Wat, nóg verder?!?"
Ik rijd die hele weg weer af, of eigenlijk op, want hij gaat bergop, de stad weer helemaal uit, voor mijn gevoel dan. Ik steek de rotonde over, en, wonder boven wonder, er staan daar weer huizen, en alsjemenou: de weg heet zowaar High Garrett! Even later, een groot huis aan de rechterkant met niet mis te verstane lichtreclame: "Hare & Hounds". 22:15 kom ik er aan.
"Eh, dat was alleen vanavond. Vanmorgen kwam ik van Ivinghoe, ten westen van Luton."
Daar zijn ze even stil van. Als ik vertel dat ik van Bath onderweg ben naar Nederland, zoeken ze even naar woorden die van toepassing zijn, want ze zijn dit niet gewend.
"Eh... zelf stap ik liever in een auto. Nee, geweldig hoor, dat je zoiets voor elkaar krijgt!"
De barman heeft ook nog een leuke vraag. "Hoe heb je ons eigenlijk gevonden? Deze plek is namelijk moeilijk te vinden!"
Fijn, dat je me dat nu vertelt! Een beetje meer uitleg door de telefoon was handig geweest. Ik vertel ze mijn hele zoektocht, ook omdat ik wil duidelijk maken dat ik de afstand Bishop's Stortford - Braintree toch gewoon in twee uur heb afgelegd (gevolgd door drie kwartier zoeken).
Het valt mij op dat de zwelling en de pijn aan mijn knie, met een zwachtel en een lange dag fietsen, vrijwel helemaal zijn overgegaan!
In de stijl van de stad (in ieder geval de naam) vermaken het personeel, de stamgasten, en ik ons verder aan de bar met enkele houten ('tree') logicapuzzels ('brain'). Maar het bier maakt mij al snel, net als de meeste andere avonden, héél slaperig.
Gereden afstand 123,9 km
Gereden tijd 7:47 u:m
Gemiddelde snelheid 16,3 km/u
Maximum snelheid 41,1 km/u
Ik rijd eerst even de stad in, om een camera te kopen. Mijn camera zat namelijk ook in de tas die nu waarschijnlijk echt weg is, en ik wil toch wat foto's van deze trip hebben. Ik koop in een megastore een klein digitaal cameraatje voor £15. Lijkt een prachtige oplossing, totdat ik na het uitpakken in de gebruiksaanwijzing lees dat je hem eerst met behulp van een computer moet opladen. Ik ga gelijk terug de winkel in en koop ook nog een weggooicamera voor £2,70. Zo is mijn fotografisch instrumentarium wel weer genoeg aangevuld.
In bewolkt weer begin ik om 10:30 de stad uit te rijden. Ik kom op een andere uitvalsweg dan ik wil (een te grote, natuurlijk), en probeer via binnenwegen door de woonwijken heen de weg te vinden die ik zoek. Slecht plan. Elke weg die ik inrijd, leidt mij via achtereenvolgens alle huizen van een wijk uiteindelijk weer terug naar het beginpunt. Ik zie geen andere oplossing dan steeds maar weer linksaf te slaan, en op deze manier alle wegen te proberen.
De naam van de stad Braintree slaat volgens mij op de vorm: er zitten zowel lange uitstekende takken aan, zoals die waar gisteravond de Hare & Hounds zat, als neuronen, die via oneindig lange opgerolde lijnen de meest onverwachte punten met elkaar verbinden.
Uiteindelijk vind ik, via het centrum, toch nog de weg die ik wil, en rijd om 11:30 de stad uit. Ik heb er een uur over gedaan om dit labyrinth uit te komen; let wel: nog langer dan om gisteravond de Hare & Hounds te vinden. Braintree staat mij nu bij als de stad van puzzels en breinbrekers.
Hier in Essex wordt misschien iets meer gefietst dan in het westen; mogelijk omdat het platter is. Niet dat ik veel andere fietsers zie, maar wel iets meer fietspaden langs de wegen, vooral bij de rotondes. Dit laatste is echter geen verbetering. Het betekent namelijk dat je geen voorrang meer hebt, en bij elke weg moet stoppen. Een ander nadeel is dat je de wegwijzers op de rotondes niet meer kunt zien. Ik trek me dus maar niets aan van die fietspaden en rijd over de rotondes op de weg. De automobilisten storen zich er niet aan en geven me nog steeds de ruimte. Waarschijnlijk weten ze niet van het bestaan van die fietspaden af.
De zon breekt weer door; het wordt alwéér een mooie dag, dus op een beschut plekje trek ik wéér de korte broek aan.
In Cressing vraag ik een paar dames die bij de kerk staan te praten een foto van mij te nemen. Eén van hen heeft een zoon die in Bath woont en daar bij een fietsclub zit. Nee, ik ken hem niet. Maar wat een kleine wereld toch weer.
Cressing
Via Messing, Hardy's Green en de Colchester Zoo, gemarkeerd door veel kinderstemmen en vogelgekrijs in allerlei toonsoorten naast de weg, rijd ik om een uur of 14:00 Colchester binnen.
Op weg naar het centrum is er bij een kruising een voetgangerstunnel, waar bij de ingang staat aangegeven dat hij ook voor fietsers is. Na deze doorgereden te zijn, kom ik op het trottoir uit. Terwijl ik hier mijn helm af doe en even om me heen kijk waar ik nu heen moet, roept een voetganger, een man van een jaar of 25, mij toe:
"Op jouw leeftijd? Je zou je moeten schamen! Waar zijn de wegen voor?"
Waar hij precies over zeurt is mij niet helemaal duidelijk. Misschien het feit dat ik even -na een tunnel die toegestaan is voor fietsers- mij noodgedwongen op het trottoir begeef. Ik geef hem een afkeurende blik, schud mijn hoofd, en negeer hem verder.
Het geeft wel te denken. Dit was de eerste onvriendelijke persoon van mijn hele trip. Is dit een teken van culturele invloed van het nabije mijn eigen Nederland; het land van arrogante betweters?
Ook Colchester zit vol met toeristen. Bij een koffie en muffin op een terrasje hoor ik allerlei talen om me heen, maar vooral Nederlands. Dit is natuurlijk ook de gemakkelijkste stad om te bezoeken vanuit Harwich; je hoeft niet via Londen.
Colchester is tevens volgens de informatiepanelen de oudst bekende stad van Groot-Brittannië. Uit die tijd is natuurlijk niets te zien, maar er is wel een leuk centrum, met de Lion's Walk, een gezellig straatje met historische gebouwen en kleine winkeltjes.
De Lion's Walk in Colchester
Bij het uitrijden van de stad moet ik vooral opletten dat ik aan de goede kant van de rivier de Colne uitkom, want die wordt vanaf hier breder naar de zee toe, en verderop zijn er geen bruggen meer over.
Via Wivenhoe weer het platteland op, dat intussen echt plat is geworden; heerlijk gemakkkelijk fietsen. Uitgestrekte landbouwvelden. Ik neem nog wat foto's.
Vanaf hier is weer een Sustrans-fietsroute, helemaal naar Harwich. Helemaal over wegen, geen fietspaadjes dus, maar wel lekker rustige wegen. Ik ga door allemaal dorpjes heen. Hier en daar neem ik nog een bramenpauze, om vooral te genieten van het feit dat ik nog op het platteland ben.
Tot aan het laatste dorpje Little Oakley merk ik nog niets van de stad, maar vlak daarna rijd ik Harwich binnen. Bij een kruising houd ik halt en overweeg niet direct naar de haven te gaan, maar de fietsroute verder te volgen, die me ongetwijfeld uiteindelijk ook daarheen brengt. Omdat ik bij deze overweging op de kaart aan het kijken ben, draait een behulpzalme automobilist zijn raampje omlaag en zegt:
"Ben je op zoek naar de haven?"
"Nou, uiteindelijk moet ik daar wel zijn, maar ik ga het via deze route doen..."
"Nou, dan moet je die kant uit, bij de rotonde rechts, bij de tweede rotonde links, en dan alsmaar rechtdoor."
"Ja, dank je, maar dat ga ik niet doen. Ik ga deze kant uit."
Het is opvallend dat mensen iemand die op een kaart staat te kijken, meteen interpreteren als iemand die de weg kwijt is, en dus hulp nodig heeft. Bij mij is dat juist niet het geval: als ik regelmatig een kaart raadpleeg, verdwaal ik juist niet. Zonder kaart daarentegen ben ik al gauw helemaal verloren. Maar ik kan dan zo lang als ik wil wanhopig kijkend rondlopen, er zal niemand spontaan op mij afkomen om mij te helpen; ik moet dan altijd zelf iemand aanklampen. Het is indrukwekkend hoe slecht mensen vaak zijn in het interpreteren van lichaamstaal.
Ik ben al gauw heel blij dat ik de fietsroute verder volg, want deze gaat via de strandpromenade. Het is ongetwijfeld een verdienste van Sustrans dat dit stuk promenade is opengesteld voor fietsers. Een prachtig uitzicht over de zee, terwijl ik over de uitgestorven promenade voortglijd. In tegenstelling tot Colchester is hier haast geen mens te bekennen. Misschien omdat de zon alweer achter de wolken is verdwenen. Hoe dan ook, de rust is een genot.
De fietsroute komt inderdaad uit bij de haven, waar ik om 17:00 aankom; nog een uur te vroeg. Ik besluit nog maar niet in te checken en maak nog een rondje door de stad, met nog een keer heen en weer over de promenade. Eindelijk hoef ik mij eens niet te haasten, maar kan gewoon voor mijn lol nog wat extra rondrijden!
Het was eigenlijk mijn bedoeling geweest dat ik elke dag zo gemakkelijk had gehaald als deze. Zonder de moeilijkheden tijdens de eerste dagen was dat misschien toen ook wel gelukt. Maar aan de andere kant - zou dat niet een beetje saai zijn geweest?
Om 18:00 check ik in bij de haven. De dame achter de balie vindt mijn naam geweldig zoals die in mijn paspoort staat: met vier lange voornamen en een achternaam van drie woorden. Ja, dat zal wel, maar probeer het maar eens op een formulier in te vullen.
Wachtend op de boot drink ik een cider bij het café, om te vieren dat ik het heb gehaald. Op mijn kilometerteller zie ik tot mijn verbazing dat ik ook vandaag al weer 99 km heb gedaan! Ik heb het traject in de geplande tijd afgelegd, maar heb wel anderhalf keer zo'n lange afstand afgelegd als gepland. Ik voel me geweldig. Ik kan de hele wereld aan.
Aan de veerhaven van Harwich
Ik maak een praatje met de verkeerswacht, een dame wier accent een combinatie lijkt van allerlei Engelse accenten -voorzover ik die kan herkennen, dan-, en uiteindelijk Frans blijkt te zijn. Indrukwekkend hoe goed ze Engels spreekt... maar ze had toch ook niet in de gaten dat ik Nederlander ben. Ha!
Het café, en dus straks waarschijnlijk de boot, zit helemaal vol met Nederlanders. Als je bedenkt dat het zondagavond is, is dat waarschijnlijk niet zo vreemd: weekend-toeristen op weg naar huis. Maar dan vind ik het toch wel opallend dat ik de enige fietser ben. Bij het de boot oprijden parkeer ik in m'n eentje tussen vijf motorfietsers.
De boot is schijnbaar de grootste hogesnelheidsveerboot ter wereld. Met enkele andere reizigers sta ik achterop terwijl we met gestaag oplopende snelheid (max. 80 km/u) de haven van Harwich, en daarmee Engeland, in de verte zien verdwijnen.
Bij het aan land gaan stap ik bij de pascontrole van mijn fiets om mijn paspoort te pakken, en een scherpe rand van mijn zadel maakt een grote scheur in mijn lange slobberbroek. De douanebeambte laat mijn pas in een kantoortje speciaal controleren, terwijl andere mensen voorbij rijden. Maar ze kunnen niks vinden; ik mag toch het land in. Gescheurde kleding en een afgeleefde fiets zijn niet genoeg redenen om een immigrant met een Nederlands paspoort te weigeren.
Ik fiets onmiddellijk naar het pension. Mevrouw van de Wel verwacht mij al, en hangt uit het raam van de eerste vedieping te kijken. Voor de voordeur is een rek waar de fiets tegenaan kan.
"Zet je fiets daar maar neer", zegt ze.
"Ja okee ... tenminste, als u geen overdekte plek hebt. Maar het zal waarschijnlijk toch niet gaan regenen."
"Nee, maar een fiets kan toch ook wel tegen wat regen?"
"Nou, niet echt."
"Is het een dure fiets?"
"Nee, maar regen is nooit fijn voor een fiets."
"En wat doe je dan als je in de regen fietst?"
"Een beschutte plek zoeken." Een zinniger uitleg is, zo krijg ik de indruk, aan deze gesprekspartner niet besteed.
Binnen word ik de kamer gewezen. Ik mag 's avonds de (gemeenschappelijke) douche niet gebruiken, want dat stoort de buren te veel. Okee, dan maak ik dus uw lakens maar wat vuiler.
"Hoe laat wil je het ontbijt hebben?"
"Ik weet niet ... acht uur?"
"Nee, dat is te vroeg. Ik heb het helemaal gehad. We doen het ontbijt om negen uur, of niet."
Hmm, nogal ongebruikelijk voor een gasthuis, maar goed. "OK, negen uur dan."
Ik wijs op de sleutel die in de kamerdeur steekt. "Is dat de sleutel?"
"Hoezo?"
"Nou, als ik zometeen nog naar buiten wil."
"Nee, dat doen we niet."
"Wat vertelt u me nou?!"
"Nee, daar beginnen we niet aan. We gaan nou lekker slapen."
En daarmee sluit ze de deur en laat mij op de kamer achter, barstend van energie en met zin om te vieren dat ik in Nederland ben aangekomen, maar opgesloten in dit huis waar niets mag. Was ik nou maar niet diect hierheen gekomen!
Even later is ze weer terug. "Je moet nog betalen."
"Oh, moet dat nu?"
"Ja, je moet vooruit betalen."
"Nou mevrouw, dat wordt lastig, want ik heb geen euro's. Ik ben direct van de boot uit Engeland hier naar toe gekomen. Als u me naar buiten had laten gaan, had ik geld kunnen halen."
"Nee, daar kunnen we niet aan beginnen."
"Mevrouw," zeg ik wat indringender, "als u me nou vijf minuten eruit laat, kan ik naar de geldautomaat."
"Nou, snel dan."
Buiten pak ik mijn fiets en ga snel langs de geldautomaat, maar ook langs een snackbar om een pilsje te kopen, dat ik in mijn broekzak verberg, want dat zal bij van de Wel ook wel niet mogen. Mevrouw laat me weer binnen.
De prijs was €28. Ik overhandig haar €30, waarop ze zegt: "Ik geef je het wisselgeld morgenochtend wel. Ik heb het nu even niet."
Juist. Zo liggen de verhoudingen dus: ik moet 's avonds betalen, maar wisselgeld hoeft zij pas 's morgens te geven. Ik heb het gevoel dat ik het niet geheel eens ben met het regime en de regels hier.
Op mijn kamer is een tv, maar het lijkt bijna erop dat die het ook nog niet doet. Uiteindelijk krijg ik hem toch aan de praat, en kan ik het chagrijnige gezicht van mevrouw van de Wel een beetje van me afzetten. Het pilsje is helaas ook weer Heineken, waarvan ik dan weer kan bevestigen dat het een van de smerigste pilsmerken is die er zijn. Ik drink het maar half op.
Gereden afstand 100,8 km
Gereden tijd 6:02 u:m
Gemiddelde snelheid 17,2 km/u
Maximum snelheid 37,4 km/u
Ik klop op de deur. Geen antwoord. De sleutel steekt in de deur, dus ik trek de stoute schoenen aan, open de deur en ga naar binnen. Niemand te bekennen. Even later komt mevrouw van de Wel door de voordeur binnen.
"Goedemorgen", groet ik, want ik heb mijn goede manieren nog.
"Wie heeft je gezegd dat je daar naar binnen mocht gaan?"
"Mag ik mijn twee euro terug, want ik ga er vandoor."
Ze geeft ze mij. "Ik was alleen maar even naar de apotheek; dan had je toch wel even kunnen wachten?"
"Ik wist toch niet dan u maar eventjes weg was?"
"Nou, hoe dan ook, het ontbijt is al klaar; je kunt gaan eten, als je zo'n haast hebt."
Ik wil echter nog steeds vertrekken. Niet meer vanwege de tijd, maar ik ben nu weer herinnerd aan de betuttelende houding van mijn gastvrouw, en ik heb geen zin hier nog een minuut langer door te brengen. Bij de voordeur lees ik haar nog even de les.
"Ik moet zeggen, u hebt niet veel respect voor uw gasten."
"Nou, als je met zo'n ouwe fiets bang bent voor een beetje regen, vraag ik me af of je wel helemaal normaal bent."
"Nou, als u denkt dat fietsen tegen regen kunnen, vraag ik me af of ú wel helemaal normaal bent. Maar daar gaat het niet om. U sluit mij 's avonds op in het huis, maar in de huisregels, die ik op de kamer las, zie ik dat niet staan."
"Och, als je weet wat ik hier allemaal heb meegemaakt: mensen die diep in de nacht thuiskomen, herrie maken, alles onderpiesen... Eigenlijk neem ik nu ook helemaal geen jonge mensen meer in huis."
"Nou, ik weet niet of u mij als 'jong' beschouwt..."
"Je bent toch nog geen 40?"
"Ik ben over de 40, mevrouw. (En dank u wel, hoewel het van haar waarschijnlijk geen compliment is.) Maar hoe dan ook, als ik 's nachts thuiskom, doe ik dat zachtjes, want dat vind ik normaal."
"O... maar kom nou gewoon eten; het ontbijt is klaar!"
"En u vertelt me 'we gaan nu lekker slapen'. U heeft er niets mee te maken wat ik doe!"
"Kom nou toch gewoon ontbijten, joh. Er is toch niks aan de hand?"
"Nee, liever niet. Dag."
Ik hoor wel dat ze een beetje inbindt, maar ik vind dat ze best nog meer op haar nummer mag worden gezet, door met haar ontbijt te blijven zitten. Bovendien heb ik geen zin om nog langer tegen die chagrijnige kop aan te kijken. Dat ik nu voor mijn ontbijt moet gaan betalen, is me dat wel waard.
Ik heb lichte zadelpijn, maar moet nu toch maar aan de laatste etappe beginnen. Om recht te doen aan de fietsroute door de provincie Zuid-Holland die ik heb downgeload, ga ik naar het beginpunt dat ik heb uitgekozen: de Zeedijk. Ik tuur even over het winderige verlaten strand naar de zee, adem de frisse zeelucht in, en ga van start om 10:30.
De route leidt eerst over een netwerk van duinfietspaden. Erg lekker fietsen, maar de routebeschrijving is wel verwarrend. "Na 800 m rechtsaf: Fietspad." "Na 145 m linksaf: Fietspad." Het wemelt hier van de fietspaden; welke moet ik hebben? Mijn kilometerteller geeft de afstanden niet nauwkeuriger aan dan 100 m, dus zo precies kan ik het niet zien. En zolang alle wegen 'Fietspad' heten, heb ik aan de namen ook niks.
Na een boel verkeerd rijden kom ik toch nog op de goede plek uit de duinen. Maar in de buurt van Naaldwijk gaat het wéér mis. Ik moet linksaf, een weg genaamd "--" in; vind zoiets maar eens. Daarna moet ik rechtsaf de Monnikenlaan in en rechtdoor de Kade van Ras in. Om op die laatste te komen moet ik via een brug de provinciale weg over. Misschien wordt met één van de aanduidingen die brug bedoeld. Dan, na de Kade van Ras, rechtdoor de Hoge Noordweg in. Maar de Kade van Ras loopt dood. Dit klopt niet. Ik bekijk alle mogelijkheden, en neem de in mijn ogen waarschijnlijkste. Ik kom er na enkele honderden meters achter dat ik helemaal de verkeerde kant uit ga. Maar het blijft onduidelijk wat de routebeschrijving bedoelt.
Met een GPS, of de route aangeduid op een héél gedetailleerde kaart, zou je ongetwijfeld precies kunnen weten waar je heen moet, maar met alleen een routebeschrijving lukt het echt niet. Ik zeg mijn vertrouwen in de routeplanner op, stop het papier weg, en laat me verder leiden door mijn kaart van Nederland en de rode ANWB-fietswegwijzers.
Ik wil de steden zoveel mogelijk vermijden, wat in dit deel van de wereld niet meevalt. Zelfs vlakbij Londen was het eenvoudiger een landelijke route te vinden. Maar ik vind uiteindelijk toch dé route door de flessehals tussen Den Haag / Delft en Rotterdam / Schiedam door. Hier ligt de groene oase Delfland, een vredig polderlandschap. Een fietsroute leidt mij via het lieflijke dorpje Schipluiden en over enkele kanalen, door het groene hart heen.
Een andere moeilijkhed van fietsen door Nederland is de grote hoeveelheid rivieren en andere barrières, zoals snelwegen. Ik ben steeds bezig oversteekplaatsen te zoeken over achtereenvolgens de Schie, de A13, de Rotte, en een kanaal zonder naam.
Bij dat kanaal wijst een man op een fiets me de dichtsbijzijnde brug. Hij vraagt me waarom ik niet de route langs de Lek neem, via Schoonhoven; dat is erg mooi. Hij heeft in deze omgeving veel gefietst, en kent het allemaal. Maar de naam van dit kanaal weet hij ook niet. Ik ga niet langs de Lek omdat ik dan eerst ofwel door Rotterdam heen had gemoeten, of er helemaal om heen. En het ligt nu niet meer lekker op mijn route.
Ik volg de fietswegwijzers vanaf Nieuwerkerk aan de IJssel richting Gouda. Maar dit leidt langs de vreselijk lawaaierige A20. Ik vlucht weg, rechtsaf over een willekeurig fietspad recht het weiland in. Alles beter dan die herrie! Via een prettige route tussen tuinderbedrijfjes door leidt dit mij naar de Hollandse IJssel, die ik begin te volgen.
Bij Nieuwerkerk aan de IJssel
Wat een fietsgenot! Ik rijd over de dijk, tussen kleine huisjes en de smalle rivier, langs allerlei woonboten. Ik zie spelende kinderen met ballen en fietsjes om mij heen. Dit geheel is een meter of twee verheven boven het omringende landschap. Waarom wordt niet dit aangegeven als fietsroute naar Gouda, maar die weg naast de drukke A20?
Ik weet het antwoord natuurlijk wel: dat is om deze weg zo'n oase van rust te houden als hij nu is. Het fenomeen 'fietsers' kan in Nederland namelijk ook massaverkeer betekenen; dat vergeet ik als expatriaat wel eens.
Bij Gouda is het even uitkijken: de rivier splitst zich. Ik rijd dus, bedwelmd door mijn zorgeloosheid, een stuk te ver de verkeerde kant uit, voor ik alsnog de brug over ga. Die brug is een gigantische dubbele ophaalbrug over een sluis. Eén van de twee bruggen is waarschijnlijk altijd open -in ieder geval nu-, dus je kunt ervoor kiezen te wachten en te kijken naar de indrukwekkende brug, of gewoon door te rijden over de andere. Ik rijd door, want ophaalbruggen heb ik wel meer gezien.
Om een uur of 15:00 ga ik het centrum van Gouda in, om te genieten van deze mooie stad, en van een broodje Bretonse ham op een terrasje op het marktplein.
Men is bezig een kermis op te bouwen op dit plein. Dit blokkeert enigszins mijn gezicht op de prachtige kerk, maar het is ook interessant om te zien hoe de werklui de gigantische lichtbakken in de hoge constructies hijsen. Groepen kinderen zijn zich aan het vermaken in een van de draaimolens. Ze lijken wel extra ervan te genieten dat de machine nu niet loopt, dat dit gratis is, en ongetwijfeld eigenlijk niet mag.
Na Gouda blijf ik de IJssel volgen, de provincie Utrecht in. De weg loopt helaas niet de hele tijd over de rivierdijk, maar het blijft mooi. Omdat dit de laatste etappe is, en ik weet dat ik het nu moet kunnen halen, fiets ik heerlijk op mijn gemak, neem foto's, en ben om 17:00 pas 15 km voorbij Gouda, bij Oudewater.
De IJssel
Ik vier de laatste paar uur daglicht op mijn tocht met een witbier op een terrasje - een van de weinige moderne elementen van de stad.
Via de telefoon besluit ik met mijn moeder dat ik niet voor het eten thuis kom, en blijf hier eten. Ik bestel een baars in rodewijnsaus bij de serveerster, die door het geheel ontbreken van een glimlach de indruk wekt dat ze óf niet blij met mij is óf gewoon geen zin heeft in haar werk, maar die toch gewoon vriendelijk blijft. Dit lijkt iets typisch Nederlands te zijn, dat mij vandaag bij alle bedienend personeel is opgevallen.
De vis smaakt prima, en om 19:30 ga ik snel weer op weg, voor de allerlaatste deeletappe.
Als de duisternis valt -en het is altijd weer verbazend hoe hard die valt!- zoek ik bij een verlichte bushalte de fietslampen in mijn tas. Het achterlicht houdt me voor de gek door zich zo diep mogelijk te verstoppen; ik vind hem pas als ik álles eruit heb geplukt. Mijn hele hebben en houwen ligt één moment in een grote berg in de abri, en wordt daarna even chaotisch weer in de tas teruggeduwd.
Om Utrecht te ontwijken fiets ik dwars door Nieuwegein (lekkere doorfietsweg loopt daar!), en aan de zuidkant langs Houten.
Bij Odijk besluit ik, omdat ik via het platteland aankom, ook een dergelijke route tot aan Driebergen voort te zetten, en neem daarom niet de Hoofdstraat, maar de plattelandswegen Langbroekerdijk en Rijsenburgselaan. Maar die blijken op dit uur wel héél erg donker te zijn! Geleid slechts door de smalle lichtbundel van mijn koplamp, en mijn kennis van deze wegen, vlieg ik, met steeds oplopende snelheid nu ik de stal ruik, door de duisternis.
21:50 kom ik aan bij mijn ouderlijk huis in de Emmalaan in Driebergen, en sluit daarmee een Odyssee van zes dagen af. Mijn vader is al naar bed. Samen met mijn moeder en een fles wijn vier ik de behouden thuiskomst.
Gereden afstand 147,1 km
Gereden tijd 8:06 u:m
Gemiddelde snelheid 18,7 km/u
Maximum snelheid 33,1 km/u
Sterker nog, ik heb de smaak te pakken van dit soort tochten! Het is jammer dat ik, afgezien van die eindexamen-vakantie, nooit fietsvakanties heb gemaakt. Maar het is niet te laat daar nu aan te beginnen.
Natuurlijk heeft het toenemende gemak waarmee ik de tocht voltooide te maken met het feit dat de heuvels geleidelijk aan lager werden en uiteindelijk verdwenen. Maar daar staat tegenover dat mijn fiets ook niet echt voor heuvels geschikt is, en op mijn nieuwe fiets zou ik heuvelachtiger tochten waarschijnlijk nog beter aankunnen.
Ook de lichamelijke klachten verdwenen door maar gewoon door te gaan: mijn gezwollen knie, die ik nota bene aan het eind van de gedwongen rustdag in High Wycombe begon te voelen, ging, met een zwachtel eromheen en een hele dag stug doorfietsen, helemaal over. Fietsen is de remedie tegen alles! Alleen de zadelpijn, die werd steeds erger, en ging pas over door in Driebergen een paar dagen niks te doen.
En wat je allemaal ziet en meemaakt! Ik zag het landschap voortdurend veranderen. Van de heuvels van Somerset, via het glooiender landelijk gebied van Wiltshire, naar de Chiltern Hills, met de Ridgeway erover en Oxfordshire weids aan de voet van de heuvelrug. Aan de andere kant van de heuvels, in Buckinghamshire en Bedfordshire, was het drukker, met overal bebouwing, maar je moet bedenken dat ik hiermee de omgeving van Londen binnenkwam. Heel opvallend was daarna Hertfordshire, dat, hoewel mijn weg hier de hele tijd langs de noordrand van Londen scheerde, toch weer een heel open en rustig gebied was (ook al moest ik natuurlijk wel veel invalswegen oversteken). Essex was weer een geval op zich: een weids en vlak agrarisch land, dat me een vakantiegevoel gaf.
Daarna over de zee naar ons land van polders en rivieren. Ik was blij te merken dat in Zuid-Holland men nog wat van het traditionele polderlandschap heeft kunnen bewaren; ik geef het je te doen, met een dergelijke bevolkings- en transportactiviteiten-dichtheid en de grootste haven ter wereld. In de provincie Utrecht viel me op hoe mooi alles is: het landschap en de oude stadjes, en zelfs de vele nieuwbouw is stijlvol en in harmonie met de omgeving.
Maar te zeggen dat ik blij ben met die tegenslagen is natuurlijk overdreven. Er zijn dingen die ik heb geleerd, en die ik een volgende keer waarschijnlijk anders zou doen. Zo was mijn fiets wel in een redelijke toestand, in ieder geval voor rijden over behoorlijke wegen, maar niet voor de Ridgeway. Om te beginnen was mijn soort fiets daar al niet zo voor geschikt, maar de staat van de achterband al helemaal niet. Nu wist ik ook niet van de voren dat dit zo'n ruige weg was, maar toen ik daar achter kwam, had ik iets meer moeten nadenken of mijn fiets dit aankon, maar ook of mijn achterband misschien niet toch iets te versleten was voor zo'n stenig zandpad. Maar dan nog heb ik er geen spijt van dat ik dit gedaan heb, en de Ridgeway heb gezien, en van het landschap en het uitzicht genoten. Ik ben vaak wel degene die nét iets verder gaat dan wat verstandig lijkt. Maar ik vind zelf dat de ervaringen die je zo meemaakt de tegenslagen, waar je feitelijk om vraagt, meer dan waard zijn.
En dan mijn bagage. Ja, natuurlijk zal ik die voortaan beter vastmaken, zoals ik ook al deed op deze trip na dit incident: elke tas met één hengsel om het zadel heen, zodat er echt niets af kan vallen zonder dat ik het merk. Door schade en schande wordt men wijs. Achteraf kun je zeggen "wat dom", maar van te voren kon ik me écht niet voorstellen dat die tas er zomaar af kon vallen, en al helemaal niet dat ik die 'plof' niet zou horen. Het is nog steeds een mysterie. Ik de heb de tas ook nooit teruggevonden, dus ik ben er ook nooit achter gekomen waar hij gevallen is. En ja, waarschijnlijk zal ik bij volgende trips gewoon een fietstas gebruiken.
En zo zie je maar weer dat de onheilsgoden, die mij mijn tas lieten verliezen en toen een lekke band gaven, het beste met mij voor hadden. Zij dwongen mij juist tot zo'n terughoudender schema: een dag extra, met een avond in een gezellige pub, en een ochtend/middag temidden van hulpvaardige mensen. Dát wilden ze mij vertellen!
En het spijt me dat ik het zeggen moet: dat gevoel hield bij de Noordzee op. Neem nu mevrouw van de Wel, die kennelijk denkt een tuchthuis te beheren in plaats van een pension. De andere mensen waren weliswaar beleefd, maar afstandelijk. Er kon geen glimlach vanaf, en ze leken allemaal het liefst zo snel mogelijk weer van mij af te willen zijn.
Dit soort ervaringen, en de tijd die je op de fiets hebt om na te denken, geven dat je anders tegen bepaalde zaken, in dit geval de aard van de mensen, aan gaat kijken. Nederlanders zijn toch echt nogal arrogant en lomp. Dit is waarschijnlijk een gevolg van het grote aantal mensen op een klein stukje land. Iedereen zit elkaar voortdurend in de weg, en iedereen is daar voortdurend geïrriteerd over. Maar als dat de oorzaak is, waarom is dat dan zo anders in Engeland? Zuid-Engeland is net zo vol als Nederland. Maar (afgezien van de uitwassen van agressie die in beide landen voorkomen), is de gemiddelde Engelsman zó ontzettend veel vriendelijker tegenover welke vreemdeling dan ook, dan de Nederlander. Ze nemen alles met een glimlach (de Britse humor), respecteren bij voorbaat iedereen (het bekende "sorry" van beide partijen wanneer men tegen elkaar aan botst), en nemen je op in het gezelschap. Hier kunnen wij Nederlanders nog heel wat van leren!
Ik ben er zeker van dat die fiets me op deze manier nog veel plezier gaat geven. Bovendien heeft mijn moeder nu weer onbeperkt de beschikking over haar eigen fiets. En mijn oude fiets is in ere hersteld en heeft de kans gekregen te laten zien dat hij als fiets nog heel wat waard is.
Gereden afstand 610,1 km
Gereden tijd 37:28 u:m
Gemiddelde snelheid 16,3 km/u
Maximum snelheid 44,1 km/u
Ergens in Essex